Via Twitter, maar ook via reacties vanaf de grond, kregen wij vaak te horen: "Is het niet ontzettend koud daarboven?". Je zou zeggen dat bij winterse temperaturen op de grond, het in de lucht nog kouder moet zijn. En toch is dat niet zo. De sneeuw die op de grond licht zorgt er voor dat de kou uitstraalt naar boven toe. Op een gegeven moment houdt die uitstraling van koude lucht op. De koude lucht blijft laag bij de grond, omdat koude lucht zwaarder is dan warme lucht. Op een paar honderd meter boven de grond zit vervolgens een warmere luchtlaag, die als het ware op de koude luchtlaag ligt als een soort deksel.
Op het moment dat je maar hoog genoeg gaat (in dit geval enkele honderden meters), dan kom je in die luchtlaag terecht. In de meteorologie noemen ze dit 'inversie'. Op de foto's is deze inversielaag ook goed te zien. Bijvoorbeeld op foto 34, waarbij je een glinsterende laag boven de horizon ziet. Kijk je de andere kant op, dan zie je het als een soort bewolking boven het land hangen, zoals te zien is op foto 30.
Daarnaast speelt mee dat een luchtballon opstijgt omdat er een verschil is tussen de lucht in de ballon en de lucht er buiten. De warme lucht in de ballon is minder zwaar dan de lucht er buiten, waardoor de ballon opstijgt. Het verschil is in de winter makkelijker te overbruggen dan in de zomer. Stel: afgelopen zaterdag was het overdag -5ºC. De luchtballon stijgt op als er een verschil is van (bijvoorbeeld!) 60 graden. De lucht in de ballon hoeft dan slechts opgewarmd te worden naar 55ºC, terwijl dat in de zomer bij bijvoorbeeld 25ºC moet worden opgewarmd naar 90ºC. Dat is een aanzienlijk verschil (35ºC tussen winter en zomer).