Los van de tamme kaarten, die gekweekt werden in een schuurtje, of de wilde, die gevangen moesten worden in de bossen, kon de meteoroloog ook zelf kaarten maken.
Dat was geen gemakkelijk proces. Eerst moest hij met een zogenaamd schepnet prut uit de sloot scheppen. Dit legde hij op de grond, ging erop zitten om de bende zo plat mogelijk te maken, en stak en passant zn vinger in de lucht om te peilen waar de wind vandaan kwam.
Als de prut, in vakjargon "de blancokaart", droog en plat genoeg was, ging de meteoroloog er met een plotmachine overheen rijden. Deze machine plotte overal op de kaart allerlei krasjes en stipjes, de zogenaamde "Uitvoer". Daarna moet de meteoroloog er nog zijn licht over laten schijnen. Dat deed hij met een knijpkatje.
Dit was natuurlijk geen kinderachtig werk, en kostte veel tijd. Meteorologen hadden toen ook nog geen tijd om mee te doen met allerlei spelletjes en onzin op weerfora, het was écht een ambachtelijk beroep.
Cees heeft deze kaarten natuurlijk niet zelf gemaakt. Zo te zien is het een echte "Effing", maar het zou ook nog een "den Tonkelaar" kunnen zijn, die hadden een stijl die erg op elkaar leek. Hoewel de kaarten van den Tonkelaar nogal eens de neiging hadden wat groenig uit te slaan door het hogere algengehalte in z'n sloot ben ik toch niet helemaal overtuigd of dit zeker een Effing is, het kan namelijk ook een kaart uit z'n Euleriaanse periode zijn, maar wellicht dat de kenners hier duidelijkheid in kunnen verschaffen.
Quote selectie