Ik verwijs naar onderstaande berichten ivm de temperatuur op het 850 hPa-vlak en de daaruit af te leiden temperatuur aan de grond of andersom.
Het 850 hPa-vlak bevindt zich niet altijd op 1500 m.
Tijdens mooie zonnige zomerdagen kan men stellen dat de temperatuur grofweg met 1 graad afneemt per 100 m.
Dit is gebaseerd op de droogabiabatisch gradient van 1°C/100m.
Wanneer een onverzadigd luchtpakketje door adiabatische stijging afkoelt en op de nieuwe plaats dezelfde dichtheid heeft dan de atmosfeer aldaar en aldus te plaatse blijft dan noemt men het evenwicht indifferent (verder stijgen=labiel evenwicht/ opnieuw dalen=stabiel evenwicht). De gradient hiermee overeenkomende is 1°C/100m en wordt de droogadiabatische gradient genoemt.
Echter bij onstabiele atmosfeer kan het temperatuurverschil zelfs meer dan 15 graden bedragen, wat we vaak zien in de winter bij zeer koude bovenluchten (vb bij arctische invallen met sneeuwbuien).
Eveneens komen we in de winter vaak hogere temperaturen tegen op 850 hPa dan aan de grond. Bij een dooiaanval bijvoorbeeld, ten gevolge van warmteadvectie over een koude plaklaag.
Ook in hogedrukgebieden kan het soms warmer zijn op 850 hPa dan aan de grond.
Van "ongezonde" inversielagen gesproken, vergeet hier de "15-graden regel".
Gert
Quote selectie