Met argusogen wordt dezer dagen het gedrag van Mount St. Helens gevolgd. De laatste keer dat deze berg een supereruptie had was in 1980. Men zegt dat vulkaanuitbarstingen invloed op het weer kunnen hebben. Of de eruptie van Mount St. Helens in 1980 krachtig genoeg was om invloed tot op het West-Europese weer te hebben, is mij niet bekend.
Maar er is in dat jaar wel iets gebeurd, wat mij eerlijk gezegd tot op de dag van vandaag intrigeert en waarvan ik de consequenties nog altijd betreur. Dat betreft het niet doorgaan van een fantastische voorspelling van de door mij zeer geëerde L.D. Pruiksma (1899-1983).
Op 11 maart 1980 maakte Pruiksma wereldkundig dat hij een droge zomer voorzag: "De ijscoman zal goede zaken doen dit jaar". De man moet m.i. heel zeker van zijn zaak zijn geweest. En zijn inzicht is voor mij dat jaar ook bevestigd, ondanks het niet uitkomen van deze verwachting.
Immers, in april vanaf ongeveer de 14e was er al een exclusieve mooiweerperiode die ieders aandacht in het land trok. En mei was subliem met in de hoofdrol een 1959-achtig blokkerend hoog - soms zelfs retrograad! - met tijdens het hoogtepunt het zwaartepunt in de Noorse Zee.
Ik ben ervan overtuigd dat 1980 ons de mooiste zomer van mijn leven had kunnen brengen. Maar het is niet gebeurd. Het is niet doorgegaan. Vanaf medio juni geraakte het weer op onverklaarbare wijze in de nederklits en volgden zes weken lang zware kille regens zoals ik het eigenlijk nog nooit had meegemaakt.
De vraag is altijd gebleven. Hoe kon dit zo lopen, hoe kon dit gebeuren. Wel bleef heel 1980 gekenmerkt door sterk meridionale luchtdrukpatronen. Denk ook aan de record-koudegolf begin november 1980.
Zou de eruptie van Mount St. Helens ermee te maken kunnen hebben gehad?
We zullen het wellicht nooit te weten komen.
Quote selectie