Dat is eerder andersom, Jurgen. Kouder water in de NW-hoek verlaagt de NAO omdat de temperatuurtegenstelling bij New Foundland -> dus sterkere jet ->diepere IJslandlaag.
In 2010 was het water in de NW-hoek erg warm inclusief Labradorzee. Ook erg lage NAO dat jaar.
Ik denk dat 2010 meer een uitzondering was op de regel Victor. De Noord Atlantiche oceaan was trouwens warmer dan normaal dat jaar.
Hieronder een bijlage van het KNMI hier omtrent:
De invloed van de Noord-Atlantische Oceaan. De warme Golfstroom brengt warmte naar Europa. Veranderingen in de sterkte van de Golfstroom zouden ook de gemiddelde temperatuur in Europa kunnen voorspellen (bv Keenlyside, Nature, 2008). Dit verband blijkt echter in de praktijk alleen aan de kust zichtbaar te zijn. De Noord-Atlantische Oceaan was de afgelopen winters overigens juist warmer dan normaal.
De invloed van de zonnevlekken-cyclus. De afgelopen 60 jaar vielen koude periodes in West Europa vaak samen met periodes waarin de zon minder actief was (Lockwood et al, Atm. Environ. Res. Let, 2010, Woollings et al, Geophys. Res. Lett., 2010). Vreemd genoeg is het verband voor 1950 net omgekeerd (Rodwell, in “The North Atlantic Oscillation”, AGU, 2003). Het samenvallen van kou met periodes met weinig zonneactiviteit kan dus ook toeval zijn. Er bestaat wel een gedeeltelijke theoretische onderbouwing: als de zon minder actief is, neemt de ultra-violette straling veel sterker af (1.5%) dan de totale straling (minder dan 0.1%). Deze straling wordt door de ozon rond 30 km hoogte opgevangen. Minder UV straling betekent dus minder sterke westenwind op deze hoogte, en dit zou de westenwind aan de grond mogelijk kunnen beïnvloeden.
De invloed van sneeuw in Siberië. Als in de herfst Siberië eerder met sneeuw bedekt is, is het in december soms kouder in West Europa en Noord-Oost Amerika (Cohen & Entekhabi, Geoph. Res. Lett., 1999). In modellen gaat het effect ook via de hogere luchtlagen. Het verband is echter zwak, andere factoren spelen een veel grotere rol. In de herfst van 2009 lag er in Siberië inderdaad veel sneeuw, maar in 2010 was de sneeeuwbedekking daar veel minder.
De invloed van zee-ijs in de Barentszzee. Recent is een artikel verschenen (Petoukhov & Semenov, J. Geophys. Res., 2010) waarin in een modelstudie een verband gerapporteerd wordt tussen de hoeveelheid zee-ijs tussen Spitsbergen en Nova Zembla en koude winters in Europa. Dit onderwerp is nog volop in discussie. De sterke vermindering van het zee-ijs in dit gebied zou een reden zijn dat de winters hier strenger worden. Echter ook dat verband is zeer zwak en niet in de waarnemingen zichtbaar. Bovendien laten andere modelstudies heel andere effecten zien.
Robuuste verklaringen en voorspellingen zijn nog niet voortgekomen uit het onderzoek naar veranderingen in de circulatie boven Europa die koude winters veroorzaken.
Conclusies
De temperatuur in Nederland lag in 2010 weer op het niveau dat in de jaren vóór 1985 gebruikelijk was. Dit werd veroorzaakt doordat oosten- en noordenwind koude lucht naar onze streken aanvoerde. Deze kou verlaagde in 2010 de gemiddelde temperatuur in gelijke mate als de stijgende trend van de laatste dertig jaar de temperatuur verhoogd had. De afwijkende luchtcirculatie maakte deel uit van een groter patroon op de weerkaart: de Noord Atlantische Oscillatie, die in januari, februari en december 2010 een sterke negatieve uitwijking had. Hierdoor was het kouder dan normaal in het noorden van Europa en het oosten van de Verenigde Staten en warmer dan normaal in Canada, Groenland, Noord Afrika en het Midden Oosten.
Er wordt veel onderzoek gedaan naar oorzaken van deze schommelingen, maar tot nu toe zijn er geen robuuste voorspellers gevonden. Zeewatertemperatuur, zonnevlekken, sneeuw en zee-ijs zijn genoemd als voorspellers of voorbodes, maar voor elk van deze factoren zijn evengoed argumenten tegen een duidelijke invloed te vinden.
Met dank aan Wilco Hazeleger en Harry Geurts.
Bron: KNMI
Quote selectie