Opwarmend oceaanwater op dieptes van 150 tot 1500 meter zorgt ervoor dat drijvende ijsplaten en gletsjers die in zee uitmonden sneller smelten en afkalven.
Het daarbij gevormde smeltwater is zoeter en daarmee lichter dan het water van de Zuidelijke Oceaan. Het vormt een een tientallen meters dikke isolerende laag bovenop het zoutere oceaanwater.
De isolerende laag zorgt er op haar beurt voor dat de afkoeling van het oceaanoppervlak in de winter over een geringere diepte plaatsvindt. De kou verdeelt zich dus over minder water waardoor de afkoeling van het water groter is dan voorheen. Op die manier kan er dus ook meer zeeijs ontstaan en warmt het zuidelijk halfrond iets minder snel op.
Waarom geldt dit verhaal niet voor de Noordpool?
Dat vroeg ik mezelf ook af. Noordelijke IJszee wordt ook nog eens gevoed door talloze zoetwater rivieren.
Quote selectie