De moderne sensoren zijn niet slechter dan gewone thermometers. Een goede waarnemer laat natuurlijk de zon er niet op schijnen, die gebruikt een hutje of kastje tegen straling. Maar dat geldt zowel voor sensoren als thermometers.
De belangrijkste factoren van verschillen zijn meestal:
a. vrije opstelling: de meeste amateurs hebben geen tuin ter grootte van een vliegveld
b. grondsoort: zandgrond warmt sneller op en koelt sneller af dan kleigrond
Mijn eigen waarnemingen verschillen vaak van Eelde, omdat ik op kleigrond zit en Eelde op zandgrond, omdat mijn sensorhut een deel van de dag in de schaduw ligt (dus dubbele bescherming tegen zonnestraling), en omdat er bebouwing en bomen/struiken in de nabijheid zijn. Gevolg: minder hoge maxima in de zomer, lagere minima in de winter. Toch is er op jaarbasis gemiddeld slechts een verschil van 0,2 graden met Eelde.
Ondanks dat waarnemingen in de bebouwde kom dus altijd iets anders zullen zijn dan die van officiƫle stations in het vrije veld, is dat m.i. geen probleem. De meeste mensen wonen per slot van rekening ook in de bebouwde kom. Misschien is het wel een goed idee als de weerinstituten ook eens wat stations midden in stadsgebieden zetten, zou ook voor klimaatonderzoek interessant kunnen zijn.
Of een sensor bij een amateur redelijk goed aanwijst, kan gecontroleerd worden bij bewolkt weer en een flink doorstaande wind. Dan zal er nauwelijks verschil mogen zijn met het dichtstbijzijnde station van KNMI of KMI.
Quote selectie