De tekst is zeer goed leesbaar, maar ik mis de legenda.
RSD is het aantal sneeuwdekdagen denk ik. Waar staat de R voor?
SH kan ik niet plaatsen, graag een uitleg. Is het de som van de sneeuwhoogtes van alle dagen? Het lijkt erop.
Begrijp ik het goed, is de waarnemer de gevluchte keizer ´himself´? Dat wij hier in Nederland het belang van het waarnemen van een sneeuwdek van een Duitser moeten leren. Van een hoofdrolspeler in WO 1 nog wel. Zoiets verzin je niet.
Heel erg bedankt alvast, Groet Paul
Hoi Paul,
RSD betekent representatieve sneeuwdekdag = dag waarop gedurende ten minste drie uren achtereen sneeuw ter dikte van minstens 1 cm de grond voor de helft of meer bedekt.(Opm. halve cm wordt afgerond op 1 cm).
SH = Sneeuwdekhoogtesom
Ja, de Duitse keizer Wilhelm II heeft toen hij in ballingschap in Doorn verbleef zich intensief met het weer beziggehouden en stuurde zijn bevindingen naar het KNMI, waar in het archief nog het een en ander van hem ligt. Op de website van het KNMI vond ik overigens nog het volgende:
"Sneeuwmetingen zijn in vorige eeuwen vrijwel niet gedaan. Meetreeksen van sneeuwdiktes zijn er pas sinds de 20e eeuw en statistieken zijn er dankzij weeramateurs, waaronder keizer Wilhelm uit Doorn, pas vanaf de tweede helft van de vorige eeuw."
Huis Doorn meldt:
"Donnerwetter – Kaiserwetter!
Keizer Wilhelm II en het weer.
De term ‘Kaiserwetter’ is een uitdrukking uit de Duitse spreektaal, die droog en zonnig weer
aanduidt. De term heeft zijn oorsprong in de Duitse keizertijd. Keizer Wilhelm II stond erom
bekend alleen met droog en zonnig weer op evenementen en festiviteiten in de buitenlucht te
verschijnen.
Hij lette echter niet alleen op het weer bij een staatsbezoek of als er troepen geïnspecteerd
moesten worden. Ook tijdens zijn ballingschap in Doorn hield de keizer zich intensief bezig
met dit onderwerp. Hij bestudeerde het weer als een echte weeramateur. Zijn belangstelling
voor het weer paste bij de brede wetenschappelijke belangstelling van Wilhelm II.
Bij het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut in De Bilt (het KNMI) staat Wilhelm
II in de annalen vermeld vanwege zijn belangrijke bijdrage aan het bijhouden van de
weerstatistieken in de jaren 1923-1941. In deze periode was Huis Doorn één van de officiële
meteorologische weerstations van ons land. Op vaste tijdstippen werden iedere dag de
windrichting, de neerslag, de bewolking, de veranderende luchtdruk en de stand van de
thermometer bijgehouden. De meer dan 40 thermometers die in het depot van Huis Doorn
worden bewaard maken duidelijk dat Wilhelm II daarbij niet over één nacht ijs ging.
Intrigerend is ook de thermohygrograaf uit de werkkamer van de keizer, een instrument
waarmee je tegelijkertijd de temperatuur en de relatieve luchtvochtigheid kunt meten. Met
behulp van paardenhaar, dat krimpt en uittrekt onder invloed van warmte- en
vochtschommelingen, tekent een klein stiftje de waarde aan op millimeterpapier. Zo ontstaat er
een overzichtelijke grafiek. Opvallend is overigens dat het exemplaar van Wilhelm II niet veel
afwijkt van de thermohygrograaf waarmee de conservatoren ook nu nog het binnenklimaat in
het museum meten.
Ook de keizerlijke bibliotheek bevat sporen van de belangstelling van Wilhelm voor
meteorologie, bijvoorbeeld de Internationaler Atlas der Wolken und Himmelsansichten,
uitgegeven in Parijs in 1930 door de ‘Komission für das Studium der Wolken’ van het
‘Internationales Meteorologisches Komitee’. Aan de binnenzijde het ex libris van de keizer.
Een aantal interessante foto’s uit de fotocollectie van Huis Doorn laat zien dat links naast de
brug van Huis Doorn vier palen met houten kastjes stonden opgesteld. In deze kastjes was de
apparatuur aangebracht waarmee de weermetingen werden uitgevoerd. Wilhelm II liet op basis
van deze metingen in Doorn een uitgebreid weerdagboek bijhouden, dat telkens door hem
persoonlijk werd ondertekend.
Maandelijks werden deze Wetterberichten von Haus Doorn opgestuurd naar het KNMI dat de
metingen uit Doorn verwerkte in de landelijke weerstatistieken. In het jaarboek van het KNMI
uit 1924 is Huis Doorn voor het eerst opgenomen als meteorologisch weerstation.
Hoewel Wilhelm II de metingen niet zelf uitvoerde, hield hij de resultaten nauwkeurig bij en
ondertekende hij de rapporten persoonlijk met ‘Wilhelm IR’. Soms voegde hij zijn
persoonlijke bevindingen toe. Voor dinsdag 31 maart 1940 (nu dus precies 69 jaar geleden)
werd bijvoorbeeld het volgende vastgesteld:
‘Haus Doorn 31.3.40 Wettermeldung.
Bedeckt, still. Regentröpfschen 1 mm. Sehr starker Dünst. Sehr dunckeler, unfreundlicher
Novembertag. Mittags +4o. Abends +3o, bedeckt, still. Nachts -3o, sehr starker Reif.’
Hopelijk wordt ons voorjaar beter!
De dood van de ex-keizer op 4 juni 1941 betekent ook het einde van Huis Doorn als
meteorologisch weerstation. Vanaf 1942 komt Huis Doorn niet meer voor in het jaarboek van
het KNMI.
De conservatoren
Literatuur: o.a. J. Buisman en A.F.V. van Engelen, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen
dl 3, Franeker 2000, p. 38.
Veel dank aan de bibliotheekgroep o.l.v. Martien Jansen voor hun enthousiaste bijdrage aan deze
bescheiden expositie!"
Groeten, Hans
Quote selectie