Fase 1:
Iemand of enkelen poneren een stelling over een periode die zo ver vooruit ligt dat er niks over te zeggen valt. Zij claimen echter van wel. Vrijwel altijd wordt het òf winters koud òf zomers (of lente-) warm.
Fase 2:
Gesteggel daarover.
Fase 3:
Er blijven zich mogelijkheden voordoen op de weerkaarten in het UGKB. De commerciële weerbureaus nemen het over en de media slingeren het de lucht in.
Fase 4:
Er wordt lekker over gepraat in Nederland, op de werkvloer en op borrels: Volgende week gaat het vriezen he? Volgende week mooi weer geven ze op...
Nou zal tijd worden/Nou ze zitten er toch altijd naast.
Fase 5:
Het is zover. De koud- of warmweerperiode breekt aan. 's nachts vriest het een beetje en in het oosten komt de temperatuur zelfs amper boven 0 overdag/Het wordt warmer, in het oosten plaatselijk 25 graden, in een groot deel van het land net 20+ en in het westen frequent wolken en mindere temperaturen.
Fase 6:
Gesteggel over de tegenvaller.
Quote selectie