Een vandaag gepubliceerd artikel in PNAS (Proceedings of the National Academy of Sciences) van Levermann geeft een schets van hoeveel de zeespiegel uiteindelijk kan gaan stijging bij verdere opwarming. Hij komt op 2,3 meter stijging per graad opwarming.
De berichtgeving van het ANP hierover (ook bij Trouw en nu.nl) vergeet helaas te melden over welk tijdsbestek het gaat. Men zou kunnen lezen dat bij een temperatuurstijging van 3 graden tegen het jaar 2100 (niet ondenkbaar) de zeespiegel tegen diezelfde tijd dan zo'n 7 meter hoger zou staan.
Dat is absoluut niet het geval. Levermann rekent over een tijd van 2000 jaar, wanneer een nieuw evenwicht zou moeten zijn bereikt. De stijging van 7 meter zou dan in het jaar 4000 een feit kunnen zijn.
In het artikel worden afzonderlijk de bijdragen geschetst van uitzetting van zeewater door opwarming, afsmelt van Groenlandse ijskap, afsmelt van Antarctica en afsmelt van gletsjers elders. Een en ander wordt afgeleid uit modelberekeningen en gegevens uit de paleoklimatologie (wat gebeurde er in het verre verleden).
Belangrijk aan het artikel is de notie dat indien de temperatuur bv. in 2100 met 3 graad gestegen is en dan stabiel blijft, de stijging van de zeespiegel nog vele honderden jaren zal doorgaan. Met name de ijskappen zullen nog zeer lang doorgaan met afsmelten tot een nieuw evenwicht is bereikt.
De bijdragen van uitzetting der oceanen en afsmelt van Antarctica zijn volgens het artikel min of meer evenredig met de hoeveelheid opwarming (respectievelijk 0,42 en 1,2 meter per graad opwarming). De Groenlandse ijskap zal versneld afsmelten naarmate de temperatuur hoger wordt (bijdrage 1 meter bij 3 graden, 2 meter bij 4 graden). De overige gletsjers zullen relatief minder bijdragen bij hogere temperaturen, simpel omdat een groot aantal tegen die tijd al volledig verdwenen zal zijn.
Zie link voor volledige artikel.
Quote selectie