Er zijn legio winters geweest die bij ons in de lage landen streng of koud uitpakten, maar net niet in Noord-Scandinavië. Het winteroffensief van december/januari 1997 was daarvan een zeer goed voorbeeld en ook in 1987 was dat zo.
Er zou iemand eens een typologie van strenge winters moeten maken aan de hand van het al dan niet plaatselijk versus continentaal karakter van de koude. "Continentaal" is hier niet in zijn klassieke meteorologische betekenis bedoeld, maar wel als aanduiding dat de winter toeslaat over een zeer groot geografisch veld boven een bepaalde breedtegraad.
Ik zou bvb de volgende types kunnen zien:
1) het type van de totaalwinter, waarbij de 0° isotherm op 850 hpa voor zowat het hele noordelijk halfrond en zeer langdurig ver naar het zuiden wordt gedrukt en zowat alles wat boven de Middellandse zee ligt, in consistente vorst dompelt. De straalstroom zit hier voortdurend en over de gehele breedte (van pakweg het midden van de oceaan tot de kaukasus) zeer zuidelijk en blijft daar. 1963 is daarvan een uitstekend voorbeeld. Je moet die kaarten daarvan eens zien. Niets plaatselijks, maar wel massaal en voor zowat het hele noordelijk halfrond tussen de oostkust van amerika en de oeral. Overigens was deze winter ook in grote delen van noord-amerika streng.
2) winters die enkel in delen van europa streng zijn, maar in andere delen juist mild en dat ingevolge een zeer sterke meridionalisering van het stromingspatroon, maar met de blokkades op de voor ons verkeerde plaats. In dit soort winters is het perfect denkbaar dat oost-europa en de balkan een zeer strenge winter beleven, terwijl het bij ons bagger is en blijft. Sinds 1997 zijn er zo al een stuk of 2 geweest.
Zijn er andere suggesties voor en dergelijke typologie? Het heeft ook te maken met de oorsprong van de blokkerende hogedrukgebieden. Waar komen de impulsen vandaan? Waar komt de as te liggen en blijft die daar ook liggen, etc.
Quote selectie