...maar dan gelijk 36 uur naar voren.
Maar zonder gekheid.
Het geeft wel aan wat voor kracht deze storm had. Sinds 1901 is er nu voor de 12e keer een uurgemiddelde van windkracht 11 gehaald.
In ZO-Friesland heb ik nog nooit zoveel omgewaaide bomen gezien na een 'gewone' storm. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe het schadebeeld is in de strook die op 5 augustus j.l. door die zware valwind is getroffen.
30 oktober 2013 - Stormen zijn een onvermijdelijk verschijnsel in ons klimaat en kunnen sterk verschillen in kracht en gevolgen. Soms gaat de bezem met groot geweld door de atmosfeer en volgt de ene storm na de andere. Een bijzonder zware storm of een serie stormen kort na elkaar roept steevast vragen op over oorzaken en verbanden.
Het huidige aantal stormen per jaar in Nederland (Bron: KNMI)
Het hudige aantal stormen per jaar in Nederland (Bron: KNMI)
In de weerberichten is sprake van zware storm als de wind gemiddeld over tien minuten windkracht 10 kan halen. Voor klimatologische statistieken is sprake van zware storm als het hoogste uurgemiddelde van de wind op een weerstation dat op land ligt binnen de marges van windkracht 10 ligt. Dat wil zeggen dat uurgemiddelde windsnelheden liggen tussen 89 en 102 km/uur. Ligt het uurgemiddelde nog hoger dan is dat een zeer zware storm of orkaan. Zulke windsnelheden worden meestal alleen bij de kust gemeten.
Sinds 1901 had ons land 59 zware of zeer zware stormen, de laatste op 28 oktober 2013 met een hoogste uurgemiddelde van windkracht 11. In totaal twaalf stormen haalden windkracht 11 (zeer zware storm).
Bijzonder ernstig waren de gevolgen de zeer zware storm van 25 janauri 1990 (hoogste uurgemiddelde windsnelheid 108 km/uur). Die storm, die tijdens de avondspits zijn hoogtepunt bereikte, liep uit op een drama: zeventien mensen kwamen om en de samenleving werd ontwricht. De januaristorm van 1990 heeft de hoogste notering in de top tien van zware stormen van de laatste decennia.
Zware stormen zijn grillig in de tijd verdeeld. De atmosfeer kan zodanig zijn dat stormen elkaar met korte tussenpozen opvolgen. Zo werd de zware storm van 25 januari 1990 op 26 februari gevolgd door een vrijwel even zware storm. Die periode was bijzonder onstuimig met herhaaldelijk storm of stormachtig weer. Lange tijd stormachtig was het ook in februari 2002. In die maand kwam het op zes dagen tot storm en eenmaal tot zware storm en op 21 dagen tot zware windstoten.
Opmerkelijk is november 1928 met drie zware stormen in één week. Op 21 en 23 december 1954 zat er maar twee dagen tussen en spraken weerkundigen men van een tweelingstorm. Uit onderzoek blijkt dat de kans op een volgende storm twee tot drie dagen na een storm groter is dan de kans op één enkele storm. Over een langere termijn zijn er geen verbanden en is het optreden van stormen grillig in de tijd verdeeld. Opmerkelijk maar toeval waren de zeer zware stormen van 13 november 1972 en 2 april 1973, beide met gemiddeld windkracht 11, twee uitzonderlijke stormen binnen een half jaar.
Jaren achtereen gaan voorbij zonder zware storm, maar soms volgt de ene na de andere. De herhalingstijd is echter soms zo groot dat het verleidelijk is om iedere zware storm als uniek te beschouwen of als een signaal van het veranderende klimaat. In een zo onregelmatig optredend verschijnsel als zware stormen zijn klimaatveranderingen niet snel vast te stellen.
Modelberekeningen laten zien dat de natuurlijke variaties in stormfrequenties groter zijn dan de veranderingen door de opwarming. Recent onderzoek toont aan dat de gemiddelde windsnelheid boven land (op 10 meter hoogte) de afgelopen dertig jaar met 5 tot 10 procent is gedaald. Ook in ons land is het aantal stormen de laatste decennia afgenomen. Dat kan gedeeltelijk verklaard worden uit natuurlijke meerjarige schommelingen. Andere oorzaak is verruwing van het landoppervlak. Onder andere verstedelijking, de toename van het bosoppervlak en een verandering in landbouwgewassen zorgen voor meer obstakels die de wind letterlijk afremmen.
Quote selectie