Winter 2014 MC

Bericht van: sebastiaan (bussum) , 11-11-2013 15:55 

http://www.weer.nl/weer-in-het-nieuws/weernieuws/ch/11ceceb573d3205c91066092778c3467/article/watvoor_winter_krijgen_we_deel_2.html

We hebben op deze site onlangs al eens geschreven over de winter van 2014, die zijn schaduwen geleidelijk aan vooruit begint te werpen. Ieder jaar rond deze tijd wordt op allerlei plaatsen geprobeerd een verwachting voor die naderende winter te maken, zoals altijd met wisselend succes. In het vorige verhaal keken we naar de combinatie van de temperaturen in de stratosfeer boven het poolgebied, een circulatie op een hoogte van tussen 21 en 35 kilometer boven de evenaar die eens per 28 of 29 maanden van richting verandert (naar west of oost) en de activiteit van de zon. In dit verhaal houden we een aantal andere indices tegen het licht en de mogelijke invloed ervan op het weer dat we de komende wintermaanden gaan krijgen.

Teleconnecties
Waar we het van moeten hebben bij het maken van winterverwachtingen, is van zogenoemde ‘teleconnecties’. Verbanden die er mogelijkerwijs zijn tussen het optreden van grootschalige gebeurtenissen op zee, in het Arctisch gebied, in de hoge bovenlucht en dat dan op allerlei plaatsen tegelijkertijd en het weer. Het is bij voorbeeld goed voorstelbaar dat er een link is tussen grootschalige stromingspatronen en de plaatsen waar hoge- en lagedrukgebieden komen te liggen.

Stromingspatronen op hun beurt kunnen weer worden beïnvloed door verdelingen in zeewatertemperaturen en dat dan vooral in de oceanen. Een bekend voorbeeld van zo’n patroon is El Niño, een periodieke sterke opwarming van het zeewater in de Grote Oceaan, langs de evenaar en tussen Indonesië aan de ene kant en Peru aan de andere kant. De grootste afwijkingen naar boven in de watertemperatuur doen zich daarbij aan de kust van Zuid-Amerika voor. De effecten van een sterke El Niño kunnen enorm zijn en bijna wereldwijd hun tol eisen.

Het idee dat er gebeurtenissen zijn die het weer gedurende een jaargetijde (zoals de winter) zo sterk beïnvloeden dat de effecten ervan zelfs boven de natuurlijke grilligheid ervan, die in ons deel van de wereld erg groot is, uitstijgen, is dus niet zo raar. En zeker in een jaargetijde als de winter, dat minder dan welk ander seizoen ook ten prooi valt aan de (thermische) grillen van de zon, is het dus leuk om ze te herkennen en ervaring op te doen met de eventuele effecten ervan.

Allerlei indices
Je kunt dan denken aan de NAO-index, de AO-index, de AMO index, de PDO-index, de Madden-Julian Oscillation, de ENSO (El Niño en La Niña) en nog een aantal andere indices die het verschil aangeven in temperaturen tussen het Arctische gebied en de gebieden rond de evenaar, zowel op de Grote als op de Atlantische Oceaan. Veel van die indices kunnen iets zeggen over de kracht en de ligging van de straalstroom en over de kansen op en de mate waarin situaties optreden die je in de meteorologie als blokkades zou kunnen omschrijven. Grote en sterke hoge- en lagedrukgebieden blijven dan langere tijd op hun plaats liggen en zorgen ervoor dat een eenmaal ingezet weerbeeld langere tijd aanhoudt. Bij voorbeeld winterweer. Een aantal van die indices lopen we even langs.

AMO-index
De AMO-index, een maat voor de zeewatertemperaturen in het deel van de Atlantische Oceaan tussen evenaar en Noordpool, is al het hele jaar veel hoger dan normaal en is deze herfst zelfs bezig verder op te lopen. Belangrijkste veroorzaker van die positieve waarde is het veel warmere dan normale zeewater in de zeeën rond Groenland. De verwachting is dat gedurende de wintermaanden in deze situatie weinig verandert.

Deskundigen van het ECMWF hebben een verband gevonden tussen warmer dan normaal zeewater in de buurt van Groenland en het gedurende de winter vaker voorkomen van hogedrukgebieden in deze regio. Een verklaring hiervoor kan liggen in het kleiner zijn van de temperatuurgradiënt tussen het zeegebied bij Groenland en dat rond de evenaar. Dit temperatuurverschil is mede bepalend voor de kracht van de straalstroom. Hoe kleiner de gradiënt, hoe zwakker de straalstroom en hoe groter de kans op het voorkomen van hogedrukgebieden in de buurt van Groenland. De NAO-index is, als die hogedrukgebieden er ook echt komen, negatief en de kans op het optreden van (koude) noordelijke of noordoostelijke winden in ons deel van Europa in dat geval groter. Gedurende de wintermaanden leveren dergelijke circulaties behalve kou ook regelmatig sneeuwval op.

Een zwakkere dan gebruikelijke straalstroom is een beeld dat al jarenlang heel gebruikelijk is, in vrijwel alle jaargetijden. Ook de afgelopen maanden hebben gegrossierd in het ontstaan van hogedrukgebieden, vaak ook dichtbij Nederland. Pas gedurende de herfst is het beeld omgeslagen en hebben we ineens met een echte westcirculatie te maken. Met het bijbehorende wisselvallige en af en toe windrijke weer. Het optreden van een westcirculatie was lang geleden.

El Niño
De ENSO (El Niño Southern Oscillation) is een periodiek terugkerende warme zeestroom in het zeegebied tussen Indonesië en Zuid-Amerika, langs de evenaar, die als hij optreedt grote invloed heeft op het wereldweer. Deze index is dit hele jaar al ongeveer neutraal. Omdat de verwachting is dat dit gedurende de komende winter zo zal blijven, worden invloeden hiervan op het weer bij ons niet verwacht.

Dit is anders dan tijdens de voorgaande winter. Toen deed zich in de aanloop naar de winter een zwakke tot matige El Niño voor, die tijdens de winter uitdoofde. Mogelijk in samenhang met deze El Niño kwam het boven het Noordpoolgebied tot een plotselinge opwarming van de stratosfeer (een SSW – Sudden Stratospheric Warming), die er de oorzaak van was dat boven de Poolregio een sterk hogedrukgebied kwam te liggen. Al vanaf de 3e week van januari tot begin april leverde dit systeem bij ons veel te koud winterweer op. De kans op een herhaling van zo’n SSW is de komende winter relatief klein.

PDO-index
Nog een belangrijke factor is de verdeling van zeewatertemperaturen op de Grote Oceaan (de Pacific) die sinds 2008 in grote lijnen zo is dat de daaraan gekoppelde PDO-index door een langdurige negatieve fase gaat. Hoewel deze index dit jaar sterk schommelt en ook enige tijd min of meer neutraal is geweest, wordt voor de komende winter een terugkeer van een sterk negatieve fase verwacht. In ons deel van Europa lijkt de kans op perioden met kouder dan normaal winterweer hiermee groter te zijn dan tijdens een positieve fase van de PDO, vooral in december en in iets mindere mate in januari.

NAO-index
Een factor die de afgelopen jaren ook duidelijk van invloed is geweest op het weer gedurende de winters en die af en toe ook met succes kon worden verwacht, is de NAO-index; een index die het verschil in luchtdruk weergeeft tussen IJsland en het Azorengebied. Een negatieve index staat voor relatief hoge druk in het noorden, relatief lage druk in het zuiden en een relatief grote kans op het in ons deel van Europa optreden van koude luchtstromingen uit richtingen tussen noord en oost, met daarbij ook het regelmatig optreden van sneeuwval. Een positieve NAO-index staat voor relatief lage druk in het noorden en relatief hoge druk in het zuiden. Een zachtere westelijke stroming is dan meestal dominant met het daarbij horende vaak wisselvallige weer.

Wat gebeurt er met de NAO-index?
Wat gebeurt er met de NAO-index? Een bijzonder negatieve NAO-index hadden we in december 2010 (winter 2010/2011). Die maand verliep erg koud en met bijzonder veel sneeuwval. In januari en in februari werd de NAO die winter positief en was het gedaan met de kou. De signalen voor wat de NAO-index voor de komende winter betreft, lijken vooralsnog niet heel sterk. Van de sterkte van de afwijkingen naar onderen en naar boven van de NAO-index hangt wel de grootte van het gebied af dat met de gevolgen ervan te maken krijgt. Een aanwijzing kan liggen in de snelheid waarmee in de oktobermaand het sneeuwdek in Siberië zich opbouwt. Een maat hiervoor is de Snow Advance Index (SAI). Vorig jaar was de snelheid waarmee het sneeuwdek in Siberië zich opbouwde erg groot. Een winter met vele blokkades volgde. Dit jaar begon de opbouw van een sneeuwdek al vroeg, eind september. De start in oktober lag dan ook op een hoog niveau. Daarna ging het veel langzamer dan vorig jaar. Dit is een lastig signaal, want had die vroege sneeuw er niet gelegen, dan was het harder gegaan. Op basis van de SAI van dit jaar lijken we op een relatief sterke straalstroom te kunnen rekenen. Een andere aanwijzing hiervoor is dat er in het Noordpoolgebied na de zomer meer zeeijs dan in voorgaande jaren is overgebleven, al blijven we nog steeds met een tekort zitten.

AO-index
De AO-index, de Arctic Oscillation (een mate voor de sterkte van de straalstroom rond de Noordpool, de zogenoemde poolwervel), was in de afgelopen twee winters beeldbepalend. Beide winters werd een plotselinge opwarming van de stratosfeer (SSW) in de winter gevolgd door de opbouw van een sterk hogedrukgebied. In de winter van 2012 was het een uitbreiding van het Siberische hogedrukgebied die de kou voor twee weken naar Nederland bracht, in de winter van 2013 zorgde een sterk hogedrukgebied boven de Noordpool hiervoor. Beide keren was de AO-index sterk negatief gedurende de koudeperioden, wat stond voor een veel zwakkere poolwervel dan normaal. En dus een grotere kans op geblokkeerde stromingen.

Aanwijzingen voor het gedrag van de AO-index gedurende de winter zijn vooral te vinden in de kans op het al dan niet optreden van een plotselinge opwarming van de atmosfeer boven de Noordpool (SSW). Omdat die kans de komende maanden relatief klein lijkt (zie het vorige verhaal), ligt het voor de hand dat we tijdens de winter met een redelijke prominente poolwervel te maken hebben.

Tel je al deze – soms nogal tegenstrijdige – signalen bij elkaar op, dan is het beeld voor de komende winter nog niet bepaald duidelijk. Wat gaat overheersen: de factoren die de straalstroom sterker maken dan voorgaande jaren of de factoren die de rem erop houden? Tot nu toe verloopt de herfst een stuk onrustiger dan we van de afgelopen jaren gewend waren. Met een sterke westcirculatie, vaak en veel regen en zelfs al een zware herfststorm. Of de factoren die blokkades in de hand werken onder deze omstandigheden ook nog een vuist kunnen maken, zal de komende tijd blijken. En wat dat betreft wordt de tweede helft van deze novembermaand meteen al interessant. De definitieve winterverwachting van Meteo Consult zal later deze maand verschijnen.
„Et nul ne se connait tant qu'il n'a pas souffert, „C'est une dure loi, mais une loi suprème, „Vieille comme le monde et la fatalité, „Qu'l nous faut du malheur regevoir le baptéme, ~Et qu'a ce triste prix tout doit étre acheté. „Les moissons pour murir out besoin de rosée, „Pour vivre et pour sentir l'homme a besoin de pleura, „La joie a pour symbole une plante brisée, „Humide encore de pluie et couverte de fleurs."

Winter 2014 MC   ( 696)
sebastiaan (bussum) -- 11-11-2013 15:55