Het ligt er maar aan wat je onder 'waarde' verstaat. Als je de verwachte en waargenomen drukpatronen gaat vergelijken, zal je na dag 6 à 7 nog zelden achteraf kunnen constateren dat er echt goede overeenkomst is. Om die reden leggen meteorologen de grens van voorspelbaarheid, in de zin van bruikbaar voor de 'normale' weersverwachting, rond 5 of 6 dagen. Voor de twee tot vier dagen daarna, dus dag 7 tot 10, maar eigenlijk helemaal voor de periode daarna (week 2 t/m week 4 voor een maandverwachting), zit 'waarde' in de capaciteit van een model om de afwijkingen t.a.v. normaal te berekenen. Hieronder meer daarover.
De waarde van de weermodellen voor de korte en middellange termijn wordt gemeten door te kijken naar de overeenkomst tussen de modelberekening van de afwijkingen t.a.v. de normale drukverdeling en de waargenomen afwijking. Ter illustratie, de normale drukverdeling voor december is in de eerste figuur onderaan weergegeven. Voor de verificatie wordt dus gekeken hoe goed het model de afwijkingen ten opzichte van dit patroon kan voorspellen. De berekeningen van het GFS en ECMWF model vertonen ongeveer 75% overeenkomst met de waargenomen drukafwijking op dag 5, nog 45% op dag 7 en circa 16% op dag 10.
Voor verwachtingen op de lange termijn wordt niet meer gekeken naar de exacte drukpatronen boven de oceaan of de middagtemperatuur op 3 december. Er wordt gekeken naar de afwijkingen van verschillende weerselementen t.a.v. normaal. Daarbij wordt ook niet gekeken naar 1 uurvak of zelfs 1 dag, maar naar een gemiddelde over meerdere dagen, veelal minimaal een week. De uitvoer van het ECMWF maandmodel wordt op die manier ook vergeleken met de waarnemingen: werd een week (7-daagse periode) juist ingeschat in termen van 'te koud', 'te warm', 'te nat', enzovoorts. Geheel onderaan de verificatie van het ECMWF maandmodel voor de verwchte temperatuurafwijking in de zevendaagse periode die grofweg overeenkomt met drie weken vooruit (dag 12-18). Een waarde van 0,5 komt overeen met het gooien van een dobbelsteen. Hogere waarden zijn beter dan dobbelen, lagere waarden zijn slechter dan dobbelen.
Voor Nederland worden redelijke scores gehaald. Relatief gezien is de overeenkomst ongeveer 45%. Anders gezegd, in iets minder dan de helft van de gevallen kan het model redelijk inschatten of de weekgemiddeldetemperatuur over 10 tot 18 dagen, hoger of lager dan normaal zal zijn. We zien ook dat de scores beter zijn op en dichtbij de Noordzee. Dat komt omdat zeewater traag reageert en dus een afwijking (te warm of te koud) een tijd duurt voordat die is weggewerkt. Dat maakt dat de voorspelbaarheid groter is.
Gr. Ben
Quote selectie