In heel veel opzichten is de stormdepressie die vanaf morgenavond naar de zuidelijke Noordzee koerst, niet te vergelijken met de depressie(s) die zorgde(n) voor de waternoodsramp van 1953. Desalniettemin zijn er ook genoeg overeenkomsten.
Net als bijna eenenzestig jaar geleden, koerst een snel uitdiepende depressie vanaf IJsland langs de noord- en oostflank van een tamelijk uitgesproken hogedrukgebied, over de Noordzee richting de Duitse Bocht. Aan de achterkant bouwt het hogedrukgebied zich noordelijk en iets oostwaarts uit, waardoor er langdurig een noord-noordwestelijke stroming staat, die het water over grote afstand tot op de Nederlandse en Belgische kust 'drukt'. Dat was in 1953, tezamen met de samenkomst met springtij, de reden dat de waterstanden zo hoog konden worden. Aanstaande woensdagavond en donderdag in de vroege nacht valt de windpiek ook bijna samen met springtij.
Een groot verschil met 1953 is de manier waarop het hogedrukgebied zich manifesteert. Destijds was het hoog sterker (vooral in de bovenlucht) en bouwde zich tot IJsland uit. Deze dagen gebeurt dat in wat mindere mate. Ook is de depressie niet zo diep als dat hij destijds was en ligt de kern met daaromheen het sterkste drukgradiënt, een stuk verder weg. Desalniettemin is het gevaar van deze stormdepressie niet alleen de wind, maar nadrukkelijk ook de langdurige en zware opstuw van zeewater tegen de kust. Dat hierbij bij sommigen (althans, wel bij mij, ook al ben ik van veel latere generatie) ook 1953 in het achterhoofd zit, is niet onterecht.
Gr. Ben
Figuren:
1. Animatie ontwikkeling stormdepressie komende etmalen
2. Depressiebanen en koers hogedrukgebied in 1953
3. Weerkaart 1 februari 1953, 01:00 uur lokale tijd


Quote selectie