De cijfers die je op de kaartjes ziet zijn diktewaarden nl. de dikte van de lucht tussen het 1000 hPa-vlak en het 500 hPa-vlak uitgedrukt in dam.
1 dam = 10 m
Dus 528 dam= 5280 m
Koudere lucht is dunner dan warmere omdat koudere lucht zwaarder is en dus een grotere dichtheid heeft.
Diktewaarden worden dikwijls gebruikt om de kans op sneeuw aan te geven.
Is de dikte < 528 dam dan is de kans op (smeltende) sneeuw reeël. Maar je mag je niet blind staren op diktewaarden alleen. Bijvoorbeeld bij aanvoer van lucht van over zee is die 528 dam onvoldoende om sneeuw op te leveren voor het laagland.
Quote selectie