Voor de uitleg. Interessant om te weten.
[...]
Relevant voor de smelt van een sneeuwdek (ook ijs, ijzel en hagel) is de natte bol temperatuur, in combinatie met de wind. De natte bol temperatuur is een verdampingstemperatuur, in tegenstelling tot de dauwpuntstemperatuur, die het punt van condensatie markeert. Bij voldoende wind neemt een nat oppervlak de natte bol temperatuur aan (vroeger werd deze gemeten met een thermometer, omwikkeld door een nat kousje, hoe is dat nu?). Wind heeft er genoeg gestaan in Groningen, het afgelopen etmaal. De natte bol temperatuur ligt grofweg midden tussen de dauwpunttemperatuur en de 'gewone' temperatuur en werd vroeger gebruikt om de relatieve vochtigheid te bepalen.
Ook belangrijk voor de smelt is de samenstelling van het sneeuwdek. Als er veel hagel bij vermengd is, is het dek meer compact. Vaak kent sneeuw een verhouding 1:10 neerslag vergeleken met de dikte van het sneeuwdek, soms zelfs 1:20 bij zeer droge, luchtige sneeuw. Bij hagel is dit meer in de richting 1:2. Veel meer warmte is nodig om het te doen smelten, vandaar de langere smelttijd.
Vaak valt dit verschil niet op, omdat hagel nogal eens valt bij temperaturen ruim boven nu en dan toch wel snel smelt.
Quote selectie