In 1963 ging de winter in de eerste dagen van maart langzaam ter ziele. Wij schaatsten op een ijsbaantje van VUC, een voetbalclub in Den Haag.
Men liet een trainingsveld o.i.d. onder lopen kon zo nog wat inkomsten genereren.
Toen in de eerste dagen van maart de sneeuw verdween was het met de vorst snel afgelopen. De laatste dagen op dat ijsbaantje reed je in de middag in het zonnetje het ijs aan gort. In de nacht vroor het dan nog aardig.
Ik denk dat 1 of 2 maart de laatste dag geweest is dat er geschaatst kon worden.
En dan 1986! Op 2 maart had ik nog andere dingen te doen en ging om half vijf pas schaatsen. Ik kon op de Rotte vrij dicht bij mijn huis opstappen, zo'n 3 minuten fietsen. Vervolgens de Rotte af naar de meren. Tot mijn verbazing was het ijs prachtig glad. Bijzonder dik was het, op het oog zeker 25 cm. Midden op de meren een paar ijszeilers in het zonnetje; wat een sfeer!
De temperatuur was in de middag 2 tot 3 graden boven 0 maar het ijs was droog. Een bekend fenomeen bij lage vochtigheid. Die lage vochtigheid kan misschien ook het gladde ijs verklaren: de bovenlaag die ruw is geworden verdampt steeds weer waardoor het oppervlak in de wind weer glad wordt.
Wat mij ook is bijgebleven is het geelbruine landschap. Er lag geen sneeuw (was er bij ons ook nauwelijks gevallen) en alle gras was door droogte en vorst compleet geel/bruin geworden.
Op de terugweg, dus richting zuidwest, ging tegen half zeven de zon onder boven het ijs.
Een unieke ervaring zo'n maarttochtje, ook al omdat je dan zo veel meer daglicht hebt. Ik heb zelden met zoveel plezier geschaatst.
Groet,
Cees
Quote selectie