Na de val van de iepen.
Er was weliswaar een weerswaarschuwing code rood uitgegeven, maar de morgen van maandag 28 oktober verliep nog rustig. Menigeen zal glimlachend gedacht hebben: “Storm in een glas water”. Het leven begon die maandagmorgen als altijd: kinderen gingen op hun fietsen naar school, mensen gingen aan het werk. Maar juist op het moment dat iedereen weer naar huis zou gaan voor het middageten ging het helemaal mis. Om 11.45 uur woei er van het ene moment op het andere op Ameland een zeer zware storm met windstoten van ruim over de 120 kilometer per uur. Onmiddellijk was het buiten levensgevaarlijk, takken en dakpannen vlogen door de lucht en even later stonden bomen, waarvan vele nog dik in het blad te schudden op hun wortelbed. In alle dorpen vielen hoge iepen om. Als je de filmpjes bekijkt, die gemaakt werden van de vallende bomen, valt op hoeveel mensen, ondanks het noodweer, nog op straat waren. En ondertussen vielen de bomen, tot ontzetting van iedereen, boven op huizen en winkelpanden, soms met twee of drie tegelijk. Een groot geluk was dat er niemand gewond raakte of erger.
Ravage.
Zo snel als de storm begon, zo snel luwde hij ook weer. Na een uur kon men weer naar buiten om de schade te bekijken en die bleek enorm. Vooral in het centrum Nes waren huizen en bedrijven getroffen door de vallende bomen en onbereikbaar geworden. Maar ook in de andere dorpen waren veel monumentale iepen geveld, ontworteld en omgesmeten naar waar de orkaankracht hen neergooide. In Nes nam bij Hotel Zee van Tijd een iep een stuk van de waterleiding mee en daarmee was er geen water meer op de kranen, in Buren was zelfs een gevel voor een Kampeerhuis weggeblazen. Een aantal bomen in de Camminghastraat in Ballum zou in het kader van de Kunstmaand in november door Kunstenaar worden omgevormd tot spelende kinderen, maar andere monumentale iepen waren in deze straat neergehaald door de storm en in Hollum hadden mensen in hun auto moeite om hun huizen te bereiken vanwege de omgevallen bomen, die her en der de straten blokkeerden, helaas ook een aantal karakteristieke dennen gingen verloren bij de dorpsingang. In totaal telde men in de dorpen ca. 100 ontwortelde bomen over het hele eiland. In de eerste uren kwam men niet toe aan het bekijken van de schade in de bossen. Later zou blijken dat ook daar een enorme hoeveelheid bomen door de storm was ontworteld.
Enorme klus.
De gemeentelijke plantsoenmedewerkers stonden voor een enorme klus, waarbij loonbedrijven werden ingeschakeld, met al het materieel wat men ter beschikking had om de omgevallen bomen omhoog te takelen, te verkleinen en te verwijderen. Waarom waren de bomen zo massaal gevallen? De oorzaak was niet alleen de wind. Opvallend was dat sommige bomen niet gezond meer bleken te zijn en hol waren van binnen. De bomen waren op een hoge leeftijd en de kruin was vaak groter dan het wortelgebied. Sommige bomen, zoals op de Torenhoogte van Nes met een groot wortelgebied en veel trekwortels naar westelijke richting hadden de storm schijnbaar moeiteloos overleefd. De iepen, die op benauwdere plekken stonden, op plekken met veel bestrating of op plaatsen waar leidingen van de Nutsbedrijven langs liepen, waarvoor wortels verwijderd hadden moeten worden, waren massaal gevallen of losgewrikt.
Hoge bomen vangen veel wind.
Bij zo’n massale val van de bomen gaan je gedachten terug naar de planters van de bomen, die tot zo’n 120 á130 jaar geleden iepen geplant hebben, het moet rond 1880 geweest zijn dat de oudste bomen die er nu nog staan geplant zijn. In die tijd zal het eiland er heel anders hebben uitgezien, was er nauwelijks toerisme en doorleefde het eiland ook een periode, die wij nu als “crisis” omschrijven: er was weinig werk, de bevolking was arm. Toch plantte men al laanbomen in de dorpen: de iep was daarbij een heel populaire boom. Waarom koos men toen voor de iep? Wat zijn de eigenschappen van deze boomsoort? Het is een sterke boom, groeit snel en is qua grootte een boom van de eerste categorie, met andere woorden: de iep wordt groot! De boom kan goed tegen zeewind en kon goed worden geknot waarbij het hout gebruikt kon worden als brandhout. Vooral in tijden van oorlog gebeurde dat massaal. Op oude foto’s is te zien dat de iepen veel minder hoog zijn, werden ze stelselmatig geknot (Bron: Oud Amelandt.nl). Na de tweede wereldoorlog is het knotten van de iep in onbruik geraakt en hebben de iepen ongestoord kunnen doorgroeien tot de prachtige hoge bomen, die ze waren tot voor de storm. Om aan te geven hoeveel de bomen in de laatste decennia zijn gegroeid: in 1989 kon de hovenier met een hoogwerker toe van ±16 meter, tegenwoordig wordt een hoogwerker van ±24 meter gebruikt: acht meter er bovenop! De Amelander dorpen hadden een iepenbestand wat samen met Schiermonnikoog uniek was voor Nederland. Men had de iepziekte succesvol kunnen bestrijden, door inenting van de bomen door de boomchirurg en het planten van resistente iepenrassen. Tot het met de storm van 28 oktober fout ging.
Karakteristiek voor Ameland.
Lang heeft de iep gegolden als een karakteristieke boom voor Ameland. Maar heeft de iep eigenlijk wel recht op die titel? Zou bij herplant van de verloren bomen zonder twijfel op grond van het feit dat de iep geldt als karakteristiek voor Ameland weer voor de iep moeten worden gekozen? De oudste boom van Ameland is een knotlinde van ca. 300 jaar oud. Men vindt haar in Nes, achter het hotel “De Staetige Dames” bij het huis waar Cor en Hennie Bloem woonden. De iep heeft dus niet het eerste recht op de naam: karakteristiek voor Ameland.
Zijn er alternatieven voor de iep?
Met de bouw van de “Zweedse woningen” bij Kekkelburen in Hollum werd een nieuwe, tot dan toe onbekende boom op Ameland geïntroduceerd: de “Zweedse Meelbes” (Sorbus Intermedia). Ook in Nes werd die onder andere aangeplant bij het pad wat de Polderweg verbindt met de Tuun. Het blijft een kleine boom, die het heel goed doet op de zandgrond van het eiland. De boom houdt wel van groen gras rond haar wortels. Ook in deze tijd is de linde nog steeds een goed alternatief voor de iep, door haar wat tragere groei en het feit dat de linde minder hoog wordt, zou het in de dorpen een goede vervanger kunnen blijken te zijn. Een goede beworteling heeft ook de esdoorn, die op de oude Amelander kerkhoven wordt aangetroffen.
In het Zeeuwse Renesse staat in het dorp een prachtig sierappelboombestand, wat twee keer per jaar plezier brengt: een maal met de bloesem, een maal met rode appeltjes. Deze mooie sierappelbomen hebben wel een groene berm nodig. En de karakteristieke iep dan? Om op den duur geen gevaar te worden voor de bebouwing en de bewoners daarvan kan worden opgelet waar de iep wordt geplant. In een smal straatje als de Marten Janszenweg in Nes is vervanging door grote iepensoorten geen optie. De iep is geen boom voor in een “bloempot”, liefst geen enkele boom!
De iep heeft veel nodig om de kunnen bewortelen, zonder door leidingen en bestrating beknot te worden. Zo gauw die ruimte wél aanwezig is op voldoende afstand van bebouwing, verdient de iepensoort het zeker om te worden herplant.
Een dergelijk verlies van zo’n groot aantal oude bomen gaat het hele eiland, ieder dorp aan. Het biedt ook nieuwe kansen. Wellicht zouden de dorpsbelangen hier een voortouw kunnen nemen en de bewoners de kans geven om zich over uit te spreken over hoe men zou willen dat het boombestand in de dorpen er uit gaat zien, nu vernieuwing nodig is.
Geschreven door: Joke Mosterman artikel uit De Amelander van december 2013.
Mijn sparringpartner bij het schrijven van dit artikel was Theo Kiewiet, hovenier.
Quote selectie