Dus omdat de kern verder weg ligt hebben we nu meer rechtlijnige isobaren en daardoor schiet de wind ook makkelijker verder het land in dan bij kromme isobaren.
Nou, de afstand tot de kern speelt uiteraard ook mee, maar dus ook het feit dat we tussen warmtefront en koufront inzitten. In de 'warme sector' zijn de isobaren altijd min of meer rechtlijnig.
En een kromming in de isobaren heeft veel wrijving waardoor de wind snel afremt als hij het land op komt. Begrijp ik het zo correct?
De wrijving is groter naar mate de windsnelheid groter is. De kromming van de isobaren remt af, omdat de wind 'het bochtje' om moet. Het is de middelpuntvliedende kracht die een luchtdeeltje de neiging geeft om 'naar buiten' te vliegen, terwijl de drukgradiëntkracht juist een luchtdeeltje naar de lagedrukkern wil bewegen. Die effecten werken elkaar dus tegen.
Door de middelpuntvliedende kracht bij gekromde isobaren waait het (bij gelijke afstand van de isobaren) harder rond een hogedrukgebied dan bij een lagedrukgebied, want de drukgradiënt is gericht van hoog naar laag en rond een hoog levert dat een versterking (drukgradiënt naar buiten + middelpuntvliedend naar buiten) en bij een depressie juist tegengesteld (drukgradiënt naar binnen + middelpuntvliedend naar buiten) een verzwakking van de wind.
Gr. Ben
Quote selectie