Ik vermoed dat er wel een stratosferische opwarming komt, die leidt tot vermindering van de zonale wind hoog in de de atmosfeer. Van zeer hoog, naar hoog (zoals nu verwacht) Of het echt tot een SSW komt, of 'slechts' tot een flinke reductie van de windsnelheid weet ik natuurlijk ook niet. Te ver weg. Vandaar mijn woordkeuze 'gok'. Ik vind de signalen wel sterker worden. Het is echter een zeer sterke poolwervel (te zien aan zeer koud, recordkoud zelfs op 30hPa en zeer hoge windsnelheid). Ergens tussen 5 en 10 januari wordt duidelijk of de voorspelde wave 2 er daadwerkelijk gaat komen. Afwachten dus.
Mocht die SSW er komen, dan is er sprake van een 'gamechanger'. Bij wijze van spreken worden de kaarten dan opnieuw geschud. Vaak zie je na een SSW op de weerkaarten allerlei wilde taferelen. Vandaar mijn opmerking.
Natuurlijk weet ik ook niet of dat winterweer bij ons oplevert. Wie dat wel beweerd, heeft er geen verstand van. Maar zo'n gamechanger brengt wel een nieuwe situatie voort. Een setting met nieuwe mogelijkheden. Of de mogelijkheden ook er komen en benut worden is natuurlijk de vraag. Een en ander hangt ook af van de troposfeer, o.a. fase van de MJO en nog een aantal zaken. Het heeft dus daadwerkelijk zin om naar de MJO/ SSW te kijken. Zonder dat je daarbij teveel illusies moet maken over wat het zegt. En daar zit natuurlijk de crux.
Het weer is bij ons chaotisch en voor winterweer moet veel meezitten; brongebieden, geen wind van de Oostzee, sneeuwdek enz. Je bent de Winternestor, dus je kan de lijst vast zelf aanvullen.
Het is niet voor niks, dat ik in mijn berichten hier op weerwoord en op het forum vd VWK de rol van MJO en SSW bespreek. Ik wil daar nog wat over zeggen. Het is nieuw voor veel mensen om zo naar het weer te kijken. En begrijpelijkerwijs roept dat soms ook wat weerstand op enz. Wat is het waard? Ver weg! Enzovoort. Allemaal te begrijpen. Deze begrippen worden ook regelmatig verkeerd begrepen en/of verkeerd toegepast. Dat is ook logisch. Dat heeft te maken met het vertrouwd raken met zulke terminologie.
Zoals met alle nieuwe technologie, vondsten enz. is een opdeling te maken in mensen die het snel oppakken en zij die wat langzamer daar mee zijn. Zie onderstaande plaatje.
De belangstelling voor de stratosfeer begon bij een klein groepje in de VS en de UK. Je ziet nu wereldwijd dat de aandacht er voor aan het toenemen is. UKMO is hier koploper in, maar je ziet steeds meer 'KNMI's' het overnemen. Het is mijn inziens een onomkeerbaar proces, omdat het belang significant is. Zonder en daar moet ook op gelet worden, het te groot te maken. Maar dat gebeurd bij de personen die er verstand van hebben, dan ook niet.
Hoe ik naar het weer kijk, is gisteren door A3 uitstekend uitgelegd.
In het weersysteem zijn er vaste randvoorwaarden, zoals de ligging van de oceanen, continenten en bergruggen.
Daarnaast zijn er randvoorwaarden die periodiek variëren op langere tijdschalen, zoals de jaarlijkse verandering van de temperatuurgradiënt tussen pool en evenaar, de verdeling van de zeewatertemperatuur, de ijs- en sneeuwbedekking. Daarbinnen zijn er de wat meer variabele randvoorwaarden als PDO, AMO, ENSO, QBO, (in aflopende duur van de tijdschaal) Het zijn allemaal externe factoren die in meer of mindere mate het gedrag van de weersystemen op gematigde breedte bepalen.
Deze randvoorwaarden beperken het aantal mogelijke configuraties van de weerssytemen sterk.
Je kunt het vergelijken met een gespannen snaar die slechts 1 grondtoon + bijbehorende boventonen kan voortbrengen: de spanning van de snaar en de lengte (de randvoorwaarden) bepalen de toonhoogte en de boventonen. Door de randvoorwaarden (de spanning of de lengte) te varieren, kun je de toonhoogte van de snaar veranderen.
Zo werkt het met het weerssysteem ook ongeveer, al zijn er veel meer "toonhoogten" (toestanden) dan bij een snaar, omdat het weerssysteem veel ingewikkelder is. Er zijn wel bepaalde voorkeurstoestanden, zoals een zonale stroming en een blokkade.
MJO en mogelijk ook de SSW's maken deel uit van de zgn beginvoorwaarden. Deze beschrijven het systeem op een bepaald tijdstip en samen met de randvoorwaarden bepalen ze de tijdevolutie van het systeem. Weer de analogie met een snaar: De begintoestand is hier de manier (plaats, kracht) waarmee je de snaar aanslaat. Dit bepaalt bijv. het volume van de toon.
De manier waarop het weerssysteem op gematigde breedten in de tijd evolueert, is sterk chaotisch, maar de randvoorwaarden brengen enige orde in deze chaos (de eerder genoemde voorkeurstoestanden). Een bepaalde beginvoorwaarde icm de randvoorwaarden kan zodoende het systeem een bepaalde kant op duwen. Zo kan een bepaalde fase van de MJO of het optreden van een SSW bijdragen aan de vorming van een blokkade, als het weersysteem, de overige begin- en randvoorwaarden in acht genomen, al dicht in de buurt zat van een overgang naar de toestand "blokkade". Zo'n MJO of SSW kan net het laatste zetje geven. Als de overige randvoorwaarden niet gunstig zijn voor de overgang naar een blokkade, kan dit zetje niet genoeg zijn en het systeem blijft in de oude toestand.
Quote selectie