Toen nog uit Apeldoorn
Donderdag 8 januari 1987: Koude nacht met mist (rijp aan de bomen), minimum -7,0° In Deelen en in Brabant lokaal -10 tot -11° In de loop van de ochtend enkele zeer lichte sneeuwbuitjes, in de middag lichte sneeuw. De sneeuw is in de vorm van ca. 3mm lange naaldjes. In de avond wind uit west of noordwestelijke richting en oplopende temperatuur (19:00u +0,5°) Sneeuwdek is in de avond 3,5cm
KNMI weerbericht (Henk van Dorp): vannacht rond het vriespunt, wat regen of natte sneeuw. Daarna gaan de temperaturen omlaag met een naar noordoost draaiende wind. De vorst zal waarschijnlijk (pas) morgenavond terugkeren.
Vrijdag 9 januari 1987: Afgelopen nacht toch nog wat vorst (-0,5°) de korte dooi van gisteren heeft wat sneeuw doen smelten maar er ligt nog genoeg voor een wit aanblik van het landschap (2cm ochtendmeting) Na een vrij zonnige middag neemt de bewolking weer toe (Altostratus) Nadat het kwik even boven nul is geweest gaat het in de avond rap omlaag. Om 21:52u ijzelt het bij -3°, om 22:50u valt er motsneeuw bij -4°
KNMI verwacht vanavond al -12° in het noordoosten en morgen overdag -8° Pelleboer meldde om 17:45u al -5 tot -6 in zijn omgeving. Hans de Jong (12:30u) verwacht zeer koud weer, vooral na het weekeinde is zeer strenge vorst mogelijk tot -20° in het noordoosten indien de omstandigheden daarvoor gunstig zijn.
Om 23:55u wordt Elfstedenvoorzitter Jan Sipkema gebeld door het radioprogramma “Met het oog op morgen” De telefonade was min of meer als grap bedoeld om de eerste te zijn. Sipkema beantwoordde de vragen serieus op zijn welbekende wijze. Er moet voldoende strenge vorst zijn, weinig wind, geen zware sneeuw, voldoende vooruitzichten op vorst etc. etc.
In o.a. Helsinki en Warschau zijn al kouderecords gesneuveld. In delen van Rusland is het openbare leven ontwricht door de lage temperaturen, een dodental van 50 wordt genoemd. Ook uit Polen en Scandinavië komen berichten van overlast door kou.
Quote selectie