14 januari 1987, woensdag.
Uit het dagboek:
De beer is los! Zo afschuwelijk koud heb ik het nog nooit meegemaakt. Ik steek mijn hoofd buiten de deur en voel dit meteen koud worden, alsof mijn haren nat zijn. Het ijs op de ruiten in de woonkamer wil ondanks het stoken maar niet ontdooien, op een klein randje na. Er waait een echt snijdend koude oostenwind. In de vroege ochtend -12 op Terschelling tot -18 in Twente. En dat bij een matige tot krachtige oostenwind. Hier een geschreven tabel zoals ik die uit de telefonische weerberichten heb samengesteld.
De verwachte bewolking is er nog niet; die wordt pas in de middag in het zuiden verwacht. Ongelooflijk wat een kou bij zo’n wind. Dit moet op februari 1929 lijken! In de verwachting staat -15 voor komende nacht en -8 voor morgen bij een aanhoudende oostenwind. Verder aanhoudend matige tot strenge vorst.
Om 12 uur moet ik een half uur op de fiets naar Rotterdam Zuid. Uit voorzorg een maillot onder mijn broek. Een jas met capuchon op. De kou valt dan wel weer mee. Anderen zijn achtelozer: een paar vuilnismannen vertonen een “bouwvakkersdecolleté” en dat lijkt me niet gezond bij dit weer. In de Maas is nog geen spoor ijs te bekennen.
Het avondnieuws gaat voor een groot deel over de kou. In Engeland wordt gesproken over 17 doden. De Waddeneilanden raken snel geïsoleerd. In Europa steeds meer slachtoffers van de kou. Vooruitzichten: aanhoudend zeer koud. Het KNMI waarschuwt om morgen niet de straat op te gaan als het niet nodig is.
Toevoeging: die waarschuwing van het KNMI werkt een beetje op de lachspieren. Voor de extreme kou vandaag was niet gewaarschuwd; de kou morgen zal blijken mee te vallen. Overigens is die waarschuwing nooit ingetrokken......
De weerkaarten, zonder commentaar.
Groet,
Cees
Quote selectie