19 januari 1987, maandag
Om kwart over vier opgestaan voor de (grote) tocht: de 11-meren. Om 4 uur varieren de temperaturen in Nederland van -6 tot -9, geen strenge vorst dus. Anton is hier om iets over 5 en na een bak koffie vertrekken we tegen half zes uit Rotterdam. Onderweg wat meer sneeuw in Gelderland; in de NO-polder geen sneeuw. Ook in Friesland ligt vrijwel geen sneeuw. Even voor Sneek zitten we in de file van elfmerentochtrijders. Om half acht parkeren en door de inschrijvingsmolen. Na het ophalen van de startkaart schalt het uit een luidspreker: of de heer X zich wil melden; zijn vader is aangekomen met zijn schaatsen! De verplaatsing naar de start is een gekkenhuis; een massa van een paar duizend mensen staat in de grauwe ochtendschemering; ieder kwartier gaan er twee schuifdeuren van de veemarkthal open en vervolgens perst een massa mensen zich er doorheen. Als wij er door gaan wordt de lucht uit mijn longen geperst. (als dat maar niet tot ongelukken leidt!) In de hal stempelen we en om 8:45 staan we op het ijs. Het is vrij druk in het eerste stuk, een soort file-rijden. Mijn schaatsmaat ben ik binnen een half uur kwijt. Is ook niet zo erge want wij rijden toch een verschillend tempo. Prachtige tocht, al is het weer een beetje saai; temperatuur van 7 tot 8 onder nul met weinig wind. Verder is het bewolkt en nevelig. Als ik om een uur of 4 binnen ben zoek ik Anton op, en die heb ik wonder boven wonder snel gevonden; hij heeft mij wel zien rijden maar ook vrede gehad met afzonderlijk rijden.
Hier de gegevens van Leeuwarden op 19-1-87. Resp windsnelheid, temperatuur en zonneschijn:
Naschrift: Ook in 63 werd de (vergeten) Elfmerentocht op 19 januari gereden. En dat bij nog lagere gevoelstemperaturen dan bij de elfstedentocht. De tocht werd ingekort, dat wel, en dat heeft de heroïek er misschien een beetje uitgehaald. Winnaar: Henk Fennema
De weerkaarten; de situatie verandert heel langzaam. Het hoog trekt zich langzaam naar het oosten terug:
20 januari 9187, dinsdag.
Het wordt steeds zachter. Oceaanlucht dringt op, waardoor in het noorden van het land ijzel wordt verwacht. Vandaag lichte vorst, maar morgen worden al temperaturen rond of iets boven 0 verwacht. Door toename van de wind breekt de bewolking en ik zie wat altocumulus; verandering in de lucht?
Terwijl bij ons de druk hoog blijft wordt in het hoge noorden zachter lucht aangevoerd; men verwacht daar echter een nieuwe koudegolf. (Lijkt dit op 63, toen iedere golf van zachte lucht in noord Scandinavië direct werd gevolgd door een nieuwe kou-inval?)
De Elfstedentocht gaat nu definitief niet door. (voorlopig?). Het ijs is te slecht; de Friezen hopen op dooi gevolgd door vorst. Inmiddels dooien de laatste restjes ijs van het slaapkamerraam weg.
In de avond verwacht het KNMI na een paar dagen kwakkelen toch weer kou. Het koudegetal staat nu op 100, een gedeelde 23-ste plaats met 1971. Maar de winter is pas begonnen...
De weerkaarten: te zien is dat zachtere lucht in Scandinavië binnen dringt.
Naschrift: De grote koudegolf is hiermee in De Bilt ten einde, want op de 21-ste komt de temperatuur even boven 0: tot +0,2. Later in januari keert de kou nog even terug en brengt in De Bilt nog eens 23 punten binnen.
De kou van begin maart is een ander verhaal. Ook toen nog 22 Hellmannpunten in De Bilt. Samen met een paar puntjes eind februari kwam het koudegetal op 151,1.
Hiermee is dit verslag op weerwoord ten einde. Als het definitieve dagboek 87 verschijnt laat ik dat weten. Kan nog even duren.
Quote selectie