Even een aanvulling: in de praktijk wordt de theta-w (nattebol potentiële temperatuur) op 850 hPa gebruikt om fronten te herkennen. Grote gebieden met eenzelfde waarde van theta-w duiden op een bepaalde luchtmassa (d.i. een massa met quasi-dezelfde temperatuur en vochtigheidskarakteristieken). Een grote gradiënt van theta-w duidt op een front.
Waarom wordt theta-w dan gebruikt i.p.v. de "gewone" temperatuur? Dit is omdat de gewone temperatuur afhankelijk is van een aantal andere dingen/processen zoals de verticale bewegingen van de trajecten en van de dagelijkse gang terwijl de theta-w een conservatievere grootheid is. Om een praktisch voorbeeld te geven: bij aanvoer van een bepaalde luchtmassa (bv. een mP) zal de temperatuur aan zee in de lente wat lager liggen dan in het binnenland omdat de koele zee een grote invloed heeft, en dat terwijl de luchtmassa dezelfde is (er is geen sprake van een front). De nattebol potentiële temperatuur is dan echter weinig verschillend. Een ander voorbeeld: onder invloed van een hogedrukgebied zal lucht dalen (subsidentie) en comprimeren en dus opgewarmd zijn als die op 850 mbar aankomt. Het kan zijn dat verderop dezelfde luchtmassa niet daalt en dus een lagere temperatuur heeft op 850 mbar. Om deze processen uit te filteren is het nodig om de potentiële temperatuur te aanschouwen.
Quote selectie