Neem als voorbeeld twee gelijke bakken met water (A en B), die je met elkaar verbindt waarna menging optreedt en al het water een temperatuur van 10° krijgt. Geheel volgens de fysica.
Je kunt het proces weliswaar denkbeeldig omkeren, maar je weet nooit wat de oorspronkelijke toestand was, dus wat de 'goede' omkering is.
De oorspronkelijke toestand kan zijn: bakken A en B waren beide al 10°, of bak A was 15° en bak B 5°, of bak A was 5° en bak B 15°, enzovoorts. Er zijn een oneindig aantal combinaties van A en B mogelijk, die na menging tot hetzelfde resultaat zullen leiden.
Met zo'n ei is het eigenlijk net zo. Je kunt weliswaar proberen alle stukjes van de schaal aan elkaar te puzzelen tot je weer een eivormig iets krijgt, maar je zult nooit weten of de dooier en het eiwit die je terugstopt op de oorspronkelijke plaats komen.
Quote selectie