Als het zeeijs rond Antarctica toegenomen is lijkt het minder voor de hand te liggen dat het landijs daar afneemt door afsmelten.
Het landijs smelt vooral in het zomerseizoen; door stijging van de luchttemperatuur is het smeltseizoen langer geworden en kalven de gletsjers aan de randen van het continent verder af. Het gesmolten water komt in zee terecht en leidt tot een daling van de saliniteit (zoutgehalte, dus verzoeting) van het zeewater. Landijs is namelijk zoeter dan zeewater. Het smeltpunt van water ligt lager in zout water, dus als het water zoeter wordt door de instroom van gesmolten landijs, bevriest het zeewater eerder dan voorheen. Dit verklaart waarom in het najaar en winter de ijsbedekking een licht stijgende trend vertoont.
Wat misschien wel zou kunnen is dat het landijs afneemt doordat er minder sneeuw opvalt, juist doordat er nu meer zeeijs aanwezig is (?). Zoiets werd elders op een forum genoemd.
Zoals hierboven al genoemd stroomt er veel water, relatief zoet, in de zeewateren rond het continent. Daar verdampt ook een heleboel en door de luchtcirculatie rond en over het continent, komt de vrijgekomen waterdamp grotendeels boven het centrale deel van Antarctica terecht. Aldaar leidt dat tot meer sneeuwval en dat verklaart weer waarom het centrale deel van het continent een lichte stijgende trend in massabalans vertoont (dus toename van landijs), tegenover een sterk afnemende trend in massabalans aan de randen.
Gr. Ben
Quote selectie