Winterverwachting 2004-2005
De verwachting die hieronder uiteengezet wordt is volledig op basis van mijn eigen interpretatie van diverse atmosferische en klimatologische indices en de ramingen daarvan door verschillende meteorologische instanties. En daarnaast natuurlijk ook nog op een enorme dosis gevoel (en wishfull thinking, wie zal het zeggen?);) .
Ik zal ten eerste kort ingaan op de gegevens en indices die ik geraadpleegd heb om tot mijn winterverwachting te komen.
Atmosferische en klimatologische indices
Ik heb allereerst een hele reeks indices en de ramingen daarvan geraadpleegd. Het lijstje:
* NINO 3/3.4/4 met ramingen door het ECMWF en de NCEP (CFS)
* NAO met ramingen door de NCEP
* GWL classificering en referentiejaren
De algemene tendens van de El Niño verwachtingen van diverse kanten is dat we te maken gaan krijgen met een lichte El Niño. Dit wil zeggen dat de zeetemperaturen ten westen van midden- en zuid Amerika een positieve anomoliewaarde hebben. Uit eigen onderzoek blijkt dat een El Niño in bepaalde jaren enig verband houdt met de wintertemperatuur in west Europa.
Uit de actuele waarden van de NAO index valt af te leiden dat we momenteel met een vrij normaal circulatiepatroon zitten. De tendens is echter dat we toch met een relatief negatieve index blijven zitten wat wil zeggen dat het stromingspatroon wel frequent een enigszins meridionaal karakter zal krijgen.
Tot slot de GQL classificering en daaraan gekoppelde referentiejaren. Het blijkt dat het najaar van 2004 een aardige overeenkomst met jaren als 1923, 1937, 1953, 1982 en 2000. Een blik op het verloop van de winters van deze jaren toont dat ze allemaal redelijk zacht verliepen (met uitzondering van de winter 1923-1924).
Overige gegevens
Het overwegend iets te zachte maar wel zonnige en vooral rustige (geen stormen, weinig neerslag) verloop van de herfst geeft bij mij het sterke gevoel dat we te maken hebben met een vorm van een overgangspatroon. Het betreft hier dan een overgang van het gematigde tot soms vrij strakke doorstromingspatroon dat we tijdens de lente en zomer 2004 redelijk vaak gezien hebben, naar een nu toch steeds meer gemeridionaliseerd en blokkerend patroon.
De verwachting
Mijn winterverwachting voor de winter van 2004-2005, die naast de bovenstaande elementen nog altijd wel vooral op gevoel gebaseerd is, ligt ruwweg in de lijn van een normale tot iets te koude winter. Ik zal nu de nodige details geven.
De maand december is voor mij altijd de “instapmaand” wat betreft het winterseizoen. Het is nog enigszins het niets-hoeft-alles-mag verhaal, doch tegen het einde van de maand mag het langzaamaan wel beginnen. Naar mijn gevoel, en de statistische gegevens bevestigen dat enigszins, gaan we tegen het einde van de maand december de eerste serieuze poging tot wat winterweer in Nederland zien. Tot die tijd blijven we in een, soms sterk, meanderend patroon (Rossby-golven met grote amplitude- en faseverschillen) waarbij echter wel de tendens is dat langzaam doch gestaag meer de fasen met meridionale patronen de overhand gaan nemen. Tijdens deze periode zien we zo nu en dan enkele vorstnachten en soms dagen met hardnekkige mist. Enfin, de tendens tot meer meridionale patronen zal uiteindelijk leiden tot onze eerste winterperiode van de winter 2004-2005 zo tegen het begin van de derde decade van december. Deze periode zal dan doorlopen tot ongeveer halverwege het eerste decade van het nieuwe jaar. Bij deze eerste winterperiode denk ik aan enkele ijsdagen met name in het midden en oosten van het land en ’s nachts minima die in de buurt komen van de grens van strenge vorst (Tmin < -10,0°C). Veel winterse neerslag zullen we hier echter niet bij zien, hoogstens wat (natte) sneeuwvlokken en her en der wat ijzel, maar de hoeveelheden zullen te klein zijn om op grotere schaal van bijvoorbeeld een sneeuwdek te kunnen spreken.
Na deze eerste winterperiode in het begin van de maand januari treden we, doch tijdelijk, weer terug in een licht meanderend stromingspatroon als het afgesnoerde hoog in de bovenlucht boven Scandinavië tijdens de eerste winterperiode zich richting de Balkan bevind en een oceaandepressie zo een gekantelde High-over-Low of een (halve) Omegablokkade doet vormen. Hierdoor wordt gedurende enige tijd maritiem polaire lucht aangevoerd waarbij we een druiperig anti-winterbeeld terugzien. De temperaturen stijgen overdag naar ruim boven normaal voor de tijd van het jaar (normaal Tx voor halverwege januari is 5 graden) en ’s nachts blijft het enkel bij lichte vorst. Aan de kust is dit niet eens het geval. Zo mijmert dit voort tot ongeveer het begin van de derde decade van januari.
Er trekt in het derde decade van januari een depressie via de Lage Landen richting zuid Polen, dan ietsje afzakkend naar Tsjechië en tenslotte de Alpen / noord Italië. Aldaar blijft het vervolgens enige tijd vrijwel stationair liggen. Hierdoor wordt een vrij strakke stroming gegenereerd die droge, arctische lucht naar west Europa doet aanvoeren vanuit de regio van west- en centraal Rusland. Al tijdens de passage van het lagedrukgebied treden met name in het kustgebied diverse fikse sneeuwbuien op en in het binnenland vormt zich toch redelijk snel een winters beeld met een sneeuwdek tussen de 5 en de 10 centimeter. Na de passage van de lagedruk kern zakken de temperaturen in de bovenlucht en volgen er enkele fikse vorstnachten. In het oosten en noordoosten wordt her en der strenge vorst opgetekend bij een klein sneeuwdek. Deze winterse periode strekt zich ongeveer uit tot het einde van het eerste of halverwege het tweede decade van februari. Tijdens deze periode vinden we verder aardig wat ijsdagen waardoor de nodige wintergetallen een boost krijgen.
Ergens in het tweede decade van februari keert het meanderende Rossby-golven patroon weer terug en volgen afwisselend normale en soms wat koude en zachte dagen. Ook zien we redelijk vaak mistvelden terug, soms advectief vanaf zee en soms enkel stralingsmist. Dit alles houdt de uiteindelijke wintertemperatuur nog redelijk op peil en voorkomt dat deze echt richting het zachte niveau gaat.
De slotsom
Al met al heb ik mezelf de afgelopen dagen een aardig beeld weten te vormen van een toch acceptabel winterseizoen. Een winter dat bij zowel de temperatuur- en neerslagelementen de naam van het seizoen eer aan zal doen. Het zal er in resulteren dat de winter uiteindelijk rond normaal of iets aan de koude eindigt. Dit zal echter vooral ook een resultaat zijn van de relatief normale dagen tussen de winterperioden in, en de diverse mistdagen waardoor verdere opwarming getemperd zal worden.
Ben Lankamp, 29 november 2004
P.S. graag word ik op 1 maart aan deze verwachting herinnert.
Quote selectie