SRH is maar 1/3 van de supercelvergelijking. De mogelijkheid op supercels is een sommatie van 3 dingen:
Advectie van de aanwezige verticale vorticiteit
+
Stretching van de aanwezige verticale vorticiteit
+
Tilting van e horizontale vorticiteit in de verticale zin (SRH toedrage)
SRH vult dus maar 1/3 van de suprcelvergelijking op. Een gebrek aan SRH kan opgevuld worden door de aanwezigheid van verticale vorticiteit in de low levels, die kan gestretched worden door een updraft.
Is er géén verticale vorticiteit aanwezig is de SRH de enige die die kan opwekken omdat de tilting-term geen verticale vorticiteit in zich heeft.
Maar er IS daadwerkelijk wel verticale vorticiteit aanwezig in de low levels, dewelke overduidelijk te zien is in het GFS model. En aangezien je een vorticiteitsveld hebt wordt die gestretched waardoor je een roterende updraft hebt.
Vandaar dat je supercellulaire processen hebt terwijl de indices aangeven dat dit niet mogelijk is omdat die indices rechtstreeks met de SRH werken (in principe dus maar 1/3 van de supsercelvergelijking) en niet met vorticity-parameters!
Ook moet je er es op letten: al die cellen wijken in impulsen af van de normale storm motion. Wat er gebeurt is dat bij elke updraft impuls er een tijdelijke stretching gebeurt, zoals je een tol aantrekt door er aan te trekken, en daardoor de cel naar rechts afwijkt. Hoe sterker die updraft impulsen, hoe heviger de rotatiesnelheid & ook de afwijking van het gewone pad.
Het hele proces is klaar en duidelijk te zien op de Agaduc van het KNMI...
Zowel visueel op de foto's die verschijnen als de link met de fysische processen die in het spel zitten is het volledig in check dat er superellulaire processen gaande zijn.
Quote selectie