Het aantal dagen met novemberiaanse allures deze zomer werd vandaag nog maar eens met een eenheid verhoogd. We ontwaakten onder een grijze, vormeloze Stratusmassa waaruit af en toe wat regen viel, al hadden we het voordeel dat het merendeel van de tijd droog bleef. Met zo'n donzige wolkenvacht boven Malderen leken de minima ook erg mee te vallen met 14,4 graden. Tijdens de rest van de voormiddag veranderde er bijna niets aan het weersbeeld: het ene moment waren er wat donkerdere grijstinten te zien dan het andere en ook een groot deel van de namiddag stond in het teken van dit anti- zomerse weertype. De satellietbeelden zagen er een stuk interessanter uit met een flink onweerscomplex dat ten noordoosten van ons land gevormd werd. Het toeval wil nu net dat de stroming boven Malderen eveneens noordoostelijk was (tot 20,9 km/h; windstoot uit NNW) en dat deed de harten van menig onweersliefhebber sneller slaan. Advectieve bewegingen van het onweerscomplex dat ondertussen verder is ontwikkeld tot een klein frontaal systeempje, zorgden ervoor dat de Stratusbewolking werd vernietigd: ze ging in de vroege avond snel over in Stratocumulus en na korte tijd was er nauwelijks wat van over. Het warmtefront van het systeempje was echter reeds boven onze streken aangekomen waardoor we niet meteen op zonnig zomerweer moesten rekenen, maar genoegen moesten nemen met een flauw waterzonnetje dat door een dikkerwordende Altostratuslaag scheen. De temperaturen konden niettemin nog 20,9 graden bereiken. Later kwam er ook meer Cumulus fractus binnendrijven. De eerste neerslag liet niet zo lang op zich wachten al was deze niet meteen indrukwekkend te noemen met hooguit wat druilerige motregen of lichte regen. Pas na zonsondergang werd het tijd voor echte aktie en kregen we flinke stortbuien te verwerken die het neerslagtotaal tegen middernacht op 7,4 mm brachten. Later op de nacht zou er echter nog een hele kwak regenwater bijkomen. Weinig zon en een ongunstig tijdstip van de frontpassages zorgden ervoor dat er nauwelijks nog onweer in het neerslaggebied voorkwam, en in Malderen was er eveneens niets te zien wat daar ook maar in de verste verte op leek.
Net als de voorbije dagen stonden we vanochtend weer oog in oog met Stratocumulusvelden waaronder Stratus fractus bewolking voorbijdreef. Het geheel werd ingekleurd door oranje achtige schemeringskleuren die later naar gele tinten evolueerden terwijl we het mochten aanschouwen bij ochtendtemperaturen van 14,1 graden. De Stratocumulusvelden werden tijdens de uren daarop uitgestrekter en dikker zodat we opnieuw niet lang hoefden te wachten op de eerste levering van de natte produkten. Op sommige momenten oogde het erg somber en herfstachtig, maar tijdens de middag en daarna werd de bewolking weer wat dunner zodat de zon er af en toe in verzwakte versie kon doordringen. De bewolking deed na de middag niet meer vermoeden dat zijn nog in staat was om neerslag te produceren, maar toch begon het (in Brussel althans) op sommige momenten nog aardig te druppelen. Het tweede deel van de namiddag verliep alsnog droog terijl de Stratocumulusbewolking erg schaars werd en er mooiweerswolkjes (Cumulus mediocris en ook een paar Congesti) werden gevormd. Het neerslagtotaal van deze dag was dan reeds een feit geworden met 0,2 mm. Ondertussen kon het kwik nog een klein sprongetje maken richting 22,1 graden terwijl het geheel op smaak werd gebracht door een zuidwestelijk briesje met snelheden tot 27,4 km/h. Tegen de avond bleven vooral Cumuluswolken en nog een beetje Stratocumulus over, maar werden er op grotere hoogte enkele flinterdunne en bizar ogende Altocumuluspartijtjes tevoorschijn getoverd. Nog enkele etages hoger in het luchtruim was wat Cirrostratusbewolking te zien terwijl aan de zuidelijke horizon aambeeldvormige wolkenstrukturen (Cirrus spissatus of Cirrus densus?) zichtbaar leken te zijn terwijl de Stratocumulus daar ook veel beter vertegenwoordigd was. Ondanks het dreigende uitelijk van dit alles bleef het echter droog en konden we met dezelfde wolken, uitgezonderd de Cumuluswolkjes die snel hun laatste adem uitbliezen, toezien hoe de avond en daarmee ook dit etmaal haar einde naderde.
Terwijl de noordelijke helft van de Benelux werd gekweld door laaghangende Stratus en motregen of lichte regen, kon men in Malderen reeds de zomersfeer opsnuiven onder een luchtig en transparant Stratocumulusdek. De echte opklaringen maakten al snel hun intrede vanuit het zuidwesten en brachten een diepblauwe, zuiders ogende hemel met zich mee. Volledig helder werd het echter niet want er bleven nog een paar Stratocumulusbankjes over terwijl er vormeloze plukken Cumulus fractus voorbijdreven. Maar de zon liet zich hierdoor niet van haar stuk brengen en ze kon de reeds erg zachte minima van 16,3 graden omzetten in bijna tropische maxima van 28,5 graden. Er stak een west- zuidwestenwind op die snelheden tot 25,7 km/h haalde en op het einde van de namiddag weer afzwakte. Toen kwamen we reeds onder de invloed van het naderende koufront terecht dat haar komst kenbaar maakte door ons Altocumulus castellanus bewolking toe te sturen. Gelukkig leidde dit vanavond alleen maar tot fraaie wolkenlandschappen en kon het nog jonge zomeropstootje worden verdergezet. Niettemin zag het er behoorlijk dreigend uit toen deze Castellanusveldjes overgingen in statige Cumulus congestuswolken. De avond verliep in erg zwoele en door eerdergenoemde bewolking enigszins griezelige omstandigheden. Op het einde van de avond was het nog steeds droog zodat we een neerslagtotaal van 0,0 mm konden opschrijven.
Achter het warmtefront dat gisteren door hoge sluierwolken vanuit het zuiden werd aangekondigd, bevond zich onstabiele lucht waardoor we er vandaag al meteen invlogen met een licht onweer. Daarna was het winderig en zwaar bewolkt (Stratocumulus castellanus) maar nog opvallend warm. Kouder dan 15,5 graden is het afgelopen nacht overigens niet geweest. Vanuit het zuiden verschenen meer opklaringen en de zon begon weer flink te branden zodat de maxima van 29,7 graden niet verwonderlijk waren. Tegen de middag wakkerde de wind plots verder aan en draaide naar het west- zuidwesten met een piek van 35,4 km/h ertussen uit westelijke richting. Het voelde hierdoor eventjes koeler aan al werd het daarna weer rustiger en veel zwoeler. Halverwege de namiddag kwam er massaal bewolking opzetten vanuit het zuid- zuidwesten, maar tegen alle hooggespannen verwachtingen in leverde dat geen onweer op maar slechts wat verdwaalde druppels. Daarna was het een komen en gaan van lichte buitjes en opklaringen waarbij de zon geleidelijk meer kansen kreeg. Dit leidde ons vervolgens naar een bloedmooie- en rode zonsondergang al koelde het ondanks de warme tropenkleuren flink af door het opzetten van een koele zeewind vanuit het westen. Het bleef nu definitief droog ondanks de neerslaggordijnen die geregeld onder de wolken te zien waren. Het neerslagtotaal was vanochtend reeds bereikt met 1,4 mm aangezien de andere buien niet meetbaar waren. Ondanks de afkoeling kreeg ook deze avond en nacht nog een zwoel, hoogzomers karakter.
Ondanks de aangename verkoeling die zich gisterenavond inzette, waren de minima nog steeds aan de hoge kant met 17,7 graden. Op de satellietbeelden was duidelijk te zien dat de regenzones terug wegtrokken naar het noordwesten en we weer aan de warme zijde van het polaire front zaten. Zelfs de opklaringen wisten vlot tot onze contreien door te dringen en het was dus geen wonder dat het kwik weer opliep naar 29,2 graden. De wind draaide naar west- noordwestelijke richtingen en haalde snelheden tot 27,4 km/h terwijl er een aantal stapelwolken werden gevormd. In Malderen bleef dit zonder verdere gevolgen al kwamen de regenzones tegen de avond wat dichterbij met dreigende wolkenpaketten tot gevolg. Ook deze bewolking bleek uiteindelijk slechts uit een mix van Stratus fractus, Cumulus congestus en Cirrus te bestaan waardoor het niet tot regen kwam. Wel deed de atmosfeer erg nevelig aan en waren er mooie stralenkransen te zien daar waar de zon tussen de wolken wist te glippen. De rest van de avond verliep half tot zwaarbewolkt, tamelijk zwoel en droog zodat we met een neerslagtotaal van 0,0 mm konden afsluiten.
Na een koele en rustige nacht (minima van 11,8 graden) werd er opvallend veel nevel gevormd terwijl de planten in de buitenlucht druipten van het vocht. Op sommige plaatsen (vooral boven steden) ging de nevel over in laaghangende bewolking die slechts een tiental meter dik was en op amper een twintigtal meter hoogte ging. Tot echte mistvorming is het echter niet gekomen en de zon slaagde er al snel in om deze bewolking op te ruimen. Op grote hoogte dreef er ondertussen massaal sluierbewolking binnen wat aanvankelijk in combinatie met de nevelbanken voor een prachtige zonsopgang zorgde. De ijle vederwolken waren niet zo dik waardoor de zon niet teveel van haar pluimen verloor en het aangenaam zomerweer werd. Er stond weinig wind en er werd zachte lucht aangevoerd met een aflandige stroming uit oostelijke tot noordoostelijke richting. Dit leverde ons maxima van 26,8 graden op. Naar de middag toe werden er wat stapelwolkjes gevormd maar ze waren niet meer zo omvangrijk en tot buien is het dus nergens meer gekomen. Tijdens de avond losten de stapelwolken op en bleven enkel de sluierwolken over die de hele tijd zijn blijven hangen. Ze zorgden voor een mooie zonsondergang die we deze keer in zachte omstandigheden konden aanschouwen. We waren immers in zachtere lucht terechtgekomen waardoor de afkoeling veel minder uitgesproken was. We sloten af met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Geen Flashback op Weerwoord wegens ziekte, panne of buitenlandse reis? Lees de Flashback nu ook op mijn website! Elke dag automatisch bijgewerkt vanaf 0H01 Belgische tijd, voor alle datums vanaf 1 mei 2004.