We zijn eraan gewend om naar de afnemende zomerse ijsbedekking van het Noordelijk Halfrond te kijken. In de winter is die afname veel kleiner, waarom zou dat juist dan tot sterk afwijkende stromingspatronen leiden? De hoofdreden daarvoor lijkt me het afnemende temperatuurverschil tussen de tropen en de poolgebieden. Volgens een eenvoudig proefje dat ruim 35 jaar geleden al in het practicum meteorologie zat is het Rossbygetal (het aantal golven rond de aarde) tamelijk strikt afhankelijk van dit temperatuurverschil. Een afname zal een daling ervan geven, en dat vertaalt zich al gauw in een zonalere stroming. Dat is weliswaar geen strikte conclusie, maar 'twee keer zoveel koude winters' lijkt me een zo goed als onmogelijke conclusie, tenzij wij bij voorkeur aan de koude kant van de stroming uitkomen. Maar een dergelijk stromingspatroon geeft dan een west- tot noordwesten wind, en maar heel weinig blokkades. Dus kort en goed: ik geloof niet dat dit kan. Heeft er iemand misschien een directere bronvermelding met een link naar het onderzoek?
NB: De afname van het winterse temperatuurverschil is maar klein: van 50 naar 45°C, als grove schets. Zo groot zal het effect daarvan niet zijn.
Quote selectie