Klimatologische Dienst
WINTER 2062/2063 (december, januari, februari)
ZEER KOUD, ZEER ZONNIG, EN EEN NORMALE HOEVEELHEID NEERSLAG
Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 9,4 °C over de drie wintermaanden tegen een langjarig gemiddelde van 13,3 °C was de winter zeer koud. Een koude winter was sinds de winter van 2045/2046 niet meer voorgekomen. Opvallend was dat alle drie de wintermaanden koud verliepen. Reeds in de eerste helft van december beleefden we een kouïnval. Dagen lang kwam de maximum temperatuur niet boven de 10 graden uit. In de nacht van 2 op 3 december daalde de temperatuur aan de grond zelfs tot 2,3 graden. Daarna volgde een periode met normaal weer. Rond de Kerst was het zeer zacht, maar op 27 december dook de temperatuur weer naar beneden. Op 29 december werd een extreem laag maximum van 4,2 graden opgetekend. De nacht daarop kwam het zelf tot vorst (iets wat in 30 jaar niet meer was voorgekomen). In januari viel de winter na een korte periode van zacht weer opnieuw in. Van 8 tot en met 11 januari vroor het tijdens de nachten lokaal streng (temperatuur lager dan –2 °C). De landelijk laagste temperatuur van deze winter, -3,8 °C, werd gemeten in Nieuw Beerta op 9 januari. Na de vorstperiode in januari volgde een lang, zacht tijdvak. Eind januari vond er een omslag plaats naar opnieuw koud weer, echter tot vorst kwam het niet in die periode. Na een kort tijdvak met vrij zacht weer volgde vanaf 10 februari een lange periode met droog en vaak zonnig weer. Aanvankelijk was het koud maar geleidelijk kwam de temperatuur met name overdag op een hoger niveau.
In De Bilt werden in totaal 5 vorstdagen (dagen met een minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C) tegen normaal 0. De landelijk hoogste temp, 25,1 °C, werd gemeten in Arcen op 26 februari.
Normaal=het langjarig gemiddelde over het tijdvak 2031 – 2060
De Bilt, 3 maart 2063
Otto tuil
Quote selectie