Waarvoor worden die diktekaarten dan gebruikt?
Een heel praktische toepassing van diktekaarten is bij het bepalen van de neerslagsoort (sneeuw / natte sneeuw / regen). Meestal bekijkt men dan vaak de dikte tussen verschillende lagen (bv. 1000 - 700 hPa icm 1000 - 500 hPa, enz.). Dit is natuurlijk zo omdat de dikte een indicatie van de gemiddelde temperatuur geeft van de lucht tussen 2 vlakken. Er bestaan hier allerlei regeltjes voor.
Een toepassing van hoogtekaarten (met name de hoogte van het 500 hPa vlak) is om de geostrofe wind te weten (dit is de wind die waait in de "vrije atmosfeer", zonder effect van wrijving en zonder centrifugale versnellingen). Het geopotentiaalveld (met isohypsen = lijnen van gelijke hoogte, bv. 5520 m) bepaalt dan de wind: die waait evenwijdig aan de isohypsen en rond de klok boven hoge geopotentiaalhoogten in het noordelijk halfrond. De 500 hPa hoogte is in het bijzonder interessant omdat het het weer "stuurt" (met name de ligging van troggen en ruggen is interessant).
Quote selectie