ach..er zullen er een paar zijn... maar dat is nog steeds niet een koudegolf zonder weerga (zonder zijn gelijke, oneëvenaard..) gaat over de koudegolf zelf niet over de winter. Er er waren al 33 koudegolven na 1901 (laat staan ervoor). Dus om te zeggen dat ie ongeëvenaard was ??
weerga zn. ‘gelijke’
Mnl. wedergade ‘evenbeeld, gelijk exemplaar’ in dat wedergade daer of ‘een gelijk exemplaar daarvan (van een ring)’ [1300-50; MNW-R], een gestuuf dat niemen Dies wedergade en hadde ghesien ‘een overhaaste vlucht, zoals niemand die ooit had gezien’
Samenstelling van mnl. weder ‘tegen’, zie ? weer 1, en ? gade in de verouderde Middelnederlandse betekenis ‘gelijke, één van een paar’. Dit gebruik van de betekenis ‘tegen’ is als dat in bijv. tegenbeeld ‘spiegelbeeld’. In beide samenstellende delen is de intervocalische -d- weggevallen.
Het woord komt tegenwoordig vooral voor in ontkennende formuleringen als zonder weerga, zijn weerga niet kennen, vinden, hebben e.d. in de uitdrukking als de weerga en in de afleiding weergaloos ‘zonder weerga, ongeëvenaard’.
? wiedeweerga zn. in als de wiedeweerga ‘bliksemsnel’. Nnl. in Keb, as de wiederweergaai, m'n klompen en m'n broek aangeschoten [1931; iWNT]. Gevormd bij weerga met “alterneerend en allitereerend wiede” (WNT).
Quote selectie