Naar aanleiding van een vraag over late kou heb ik mijn excelbestand eens doorgespit. In eerste opzet zocht ik winters waarin na een (vrij) zachte aanloop pas in februari winterweer optrad. Het criterium was een vorstperiode in februari, in ieder geval voor een belangrijk deel.
Al doende heb ik ook een paar winters geselecteerd waarin een andere maand iets kouder was. Bovendien heb ik de spraakmakende februari's van 1929 (extreme koudegolf) en 1947 (extreem lange vorstperiode) meegenomen. Andere strenge of zeer koude winters staan er niet in, omdat daarin een andere maand kouder was.
Soms begon een vorstperiode in januari, zoals in 1954 en 1956. Geen bezwaar, want de impact op februari was (zeer) groot. Bovendien is 23 januari, zoals in 1954 toch vrij laat. Ook 2005 zit erin omdat er weinig gebeurde die winter tot 27 februari, toen de vorstperiode met extreme sneeuwval en extreme maartminima begon.
De mooiste voorbeelden van vorst na twee zachte maanden zijn 1948 met zeer late vorst, begonnen op 17 februari. In 1978 iets dergelijks vanaf 8 februari. Verder 1991 vanaf 29 januari en als prachtig voorbeeld: 2012 ook vanaf 29 januari.
Van buitencategorie is 1956, begonnen op 30 januari na twee maanden zonder noemenswaard wintervertier. Daarbij aangetekend dat januari naar huidige begrijpen iets aan de koude kant was; gold toen waarschijnlijk als een fractie boven de normaal.
Over de schaatsdagen valt te twisten, Ze zijn volgens een hard criterium bepaald uit de temperatuurgegevens. Soms zullen het er in de praktijk meer geweest zijn, vooral als het na de vorstperiode nog koud bleef met flinke nachtvorst. Sneeuw kan het schaatsen bedorven hebben. Ik denk dat dat bv in 55 gebeurd is.
Td= gemiddelde december
Tj=gemiddelde januari
Tf=gemiddelde februari
Kd= koudegetal december
etc
Kw=koudegetal voor de hele winter (nov t/m maart)
VP=vorstperiode: tenminste 5 dagen met Tg<0 met K minimaal 16,0
Voor
Kf is het totaal van de maand genomen
Onder
VP februari is alleen dat deel genomen dat in februari viel. Soms liep een vorstperiode door over de maandgrens. Geldt dus ook voor
K. In een enkel geval zijn twee getallen opgenomen omdat het twee vorstperioden betrof.
Schaatsd febr Aantal schaatsdagen berekend uit temperatuurgegevens. K moet minimaal 16 zijn; bij dooi wordt met smelten gerekend; per graad 2,5 maal zo snel als groei per graad vorst. Een dag met een gemiddelde boven 0 telt niet als schaatsdag ongeacht de ijsdikte.
Bron: KNMI
NB Het zijn nog de oude waarden zoals ze tot voor kort golden. Het KNMI heeft van de gemiddelden, maxima en minima 1901 t/tm 1970 gecorrigeerd.
Groet,
Cees
Quote selectie