Deze wolken bestaan uit hele kleine druppeltjes. Ook bij een temperatuur onder nul blijven ze vloeibaar, onderkoelt heet dat. In de lucht zweven bepaalde stofdeeltjes waar zich ijskristallen op afzetten, de zogenaamde vrieskernen. Het gros van de vrieskernen werkt pas bij temperaturen beneden -12 graden. Dan onstaan op grote schaal ijskristallen, die naar beneden dwarrelen en aan elkaar vast vriezen: sneeuw.
Echter zilverjodide is een effectieve vrieskern die bij -4 graden al ijskristallen maakt.
Daarnaast zuigen ijskristallen extra vocht aan, waardoor de wolken uitdrogen en oplossen. Of de wolken ook echt kunnen verdwijnen hangt van de schaal af waarop zilverjodide wordt geinjecteerd.
Momentee vriest het een graadje, maar naar boven toe neemt de temperatuur sterk af. Op 500 vriest het al meer dan 5 graden. Daarboven bevind zich veel warmere en drogere lucht, de inversie.
Quote selectie