Interessante kaarten sieren deze periode, een mooie noordelijke stroming brengt ons binnenkort licht winterweer met gerede kansen op sneeuw. Details moeten nog worden ingevuld, maar het begin is er.
Op de lange termijn (+144) zien we momenteel een hernieuwde rug vanaf de oceaan naar het vasteland bewegen. De GFS18z berekent hierbij voor dinsdag op woensdag een intensivering van de kou in de bovenlucht met temperaturen tot -40°C op 500 hPa. Bij dergelijke bovenluchttemperaturen gaat mijn winterhart nog iets sneller kloppen. Immers, wanneer de -40°C wordt bereikt wordt aan een belangrijke randvoorwaarde voldaan voor het ontstaan van een polar low.
Polar lows ontstaan door het clusteren van buiencomplexen boven 'warm' zeewater. Bij sterke convectie ontstaat op den duur een gesloten circulatie rondom een koude kern waardoor de cluster verder organiseert en intensiveert. Hoewel dergelijke organisatie van buienclusters op voorhand eigenlijk niet kan worden voorzien kunnen er wel een aantal randvoorwaarden worden gesteld welke organisatie in de hand werken. Een koude bovenlucht lijkt de belangrijkste voorwaarde. De tweede voorwaarde is een sterk luchtdrukverschil over een beperkt gebied. Ik denk dat de GFS18z run van gisteren precies de minimale randvoorwaarden voor een polarlow aan de Hollandse kust schept.
Er blijven echter wat mitsen en maaren. Alle relevante kaarten heb ik hieronder ge-upload. Vul mijn bericht echter aan als ik wat over het hoofd zie of mis heb.
1. Een langgerekte noordwest tot noordstroming, met een lichte draai naar het westen nabij de Benelux; geen schaduweffecten van Noorwegen of Engeland voor de Hollandse kust. Puntje van aandacht is hier de sterkte van de stroming. Mogelijk is deze wel/niet sterk genoeg om genoeg turbulentie te creëren voor diepe convectie.
2. Ingezoomd en drie uur later. De bovenlucht is in een groot gebied boven Holland en de Noordzee zeer koud, tot -40°C. Hiermee lijkt aan de eerste randvoorwaarde te zijn voldaan. Van noordoost tot zuidwest is de maximale drukgradiënt over het kleinste gebied ongeveer 8 hPa boven zee, genoeg voor voldoende menging van de lucht met het warme zeewater? In de opvolgende nacht neemt het drukverschil nog iets meer toe, maar is de -40°C put alweer gepasseerd.
3. T850 tot -8°C, koud genoeg voor droge sneeuw.
4. Neerslag lijkt volgens GFS convectief te zijn, maar is niet bijzonder intensief. Wellicht worden de buien onderschat, of is er niet genoeg vocht aanwezig om meer neerslag te produceren? Meer vocht kan echter alleen worden verzorgd door het warme zeewater. We nemen even aan dat het platform K13 8°C watertemperatuur meldt op deze dag (waarneming KNMI dinsdag 27 januari 0:00 uur). Dat lijkt absoluut warm te zijn medio begin februari. Ik denk dat GFS de convectie daarom dus onderschat, maar de friskoude voorgeschiedenis werkt hier wellicht ook tegen.
5. Er is een beetje CAPE bij een licht negatieve Lifted Index. Onstabiliteit is in beperkte mate aanwezig. In vergelijking met zomers onweer is het bar weinig, maar voor winterse begrippen is het alleraardigst.
6. Vooral de menging in de onderste luchtlaag is zeer belangrijk. Op de Noordzee is over een langgerekt gebied een matig krachtige low level wind aanwezig, dit lijkt op het oog in orde. Goed referentiemateriaal ontbreekt me hier echter, dus liever nog wat meer wind ijkt me het devies hier.
7. Dauwpunten negatief over de hele linie, maar dicht bij nul op zee door het afstaan van vocht uit het zeewater aan de lucht. Meer vocht in de lucht werkt de buienvorming in de hand, iets hogere dauwpunten zouden hier wellicht niet hebben misstaan.
1
2
3
4
5
6
7
Quote selectie