Een groot gebied in het VK heeft dus ijzel. Voor ijzel is, behalve bepaalde bovenluchttemperaturen, toch ook een koude ondergrond nodig? Anders zal het laagje ijs direct weer wegsmelten.
Niet noodzakelijk. Ijzel kan perfect ontstaan bij een niet bevroren ondergrond, met name wanneer regendruppels door een onderste koude luchtlaag zijn gegaan en onderkoeld raken tot onder het vriespunt maar - door de dampspanning van vloeibaar water - niet onmiddellijk effectief ijs vormen. Wanneer dergelijke onderkoelde regendruppels een voorwerp raken bevriezen ze onmiddellijk door het verlies van oppervlaktespanning van de druppel.
Als de temperatuur van de grond boven het vriespunt is, dan zullen deze ijsdeeltjes aanvankelijk wel beginnen te smelten maar dat smeltproces kost ook energie en die moet door de omringende lucht maar ook door de bodem geleverd worden. De temperatuur van zowel de lucht als de bodem daalt in sommige gevallen dan tot het vriespunt of zelfs daaronder en de ijsregen blijft als ijzel op de grond en op andere voorwerpen achter.
Het fenomeen doet zich dus met name voor bij een niet al te warme onbevroren bodem als de regendruppels niet te lang door de koude luchtlaag (<0)C) gaan (want dan bevriezen ze tot hagel of sleet) maar ook weer niet te kort want hun intrinsieke temperatuur moet lager dan 0°C zijn bij een normale atmosferische druk. Hoe kleiner het relatieve verschil in temperatuur tussen druppel en voorwerp (bodem), des te sneller vormt zich ijzel. Op voorwerpen die iets kouder zijn dan de bodem, vaak zijn dat auto's of bomen, zal dus eerder een laag ijs worden gevormd.
Quote selectie