Niet afschrijven
Daar is de koudere lucht dan, die lucht uit de poolstreken, aangevoerd aan de achterkant van een depressiesysteem waarvan de kern over zuid Noorwegen heel langzaam naar het zuidoosten trekt. Wat dit systeem voor ons zo interessant maakt is het feit dat het op grote hoogte veel kou uit het poolgebied meeneemt met op 5 km hoogte temperaturen van -35 tot -38. Daardoor zullen er veel winterse buien vallen terwijl de temperatuur aan de grond niet veel hoger zal komen dan een graad of 3. Een geval van onstabiliteit, in meteorologische termen; dat wil zeggen dat aan de grond opgewarmde lucht, in dit geval door het zeewater, gemakkelijk in beweging komt naar boven en die opwaartse beweging tot grote hoogte kan doorzetten.
Een dergelijke situatie komt in veel winters wel een keer voor, soms in afgezwakte vorm waarbij het blijft bij regen- en hagelbuien, soms in krachtige vorm met de vorming van een sneeuwdek zelfs in het westen van het land. Als daarna de wind wegvalt kan het zomaar leiden tot matige of strenge vorst in de nacht. Dat betekent niet direct een vorstperiode doordat in veel gevallen de oceaandepressies hun terrein in west Europa snel weer opeisen. In een enkel geval leidt zo’n situatie tot een kleine of grote vorstperiode; een kleine bijvoorbeeld in februari 1999 en een grote in het geval van december 1981. In december 81 kwam het tot een vorstperiode van 14 dagen met 61 Hellmannpunten en een witte kerst.
In de huidige situatie zie ik nog geen vorstperiode in het verschiet. Wel wijst alles er op dat het koude weer met kans op (natte) sneeuwbuien en lichte vorst nog een dag of 7 zal aanhouden. De computermodellen spelen op de langere termijn met voortzettingen die soms tot zachter weer en soms tot doorgaan van de gematigde kou leiden. Wat nodig zou zijn voor een goede vorstperiode is een ontwikkeling van een hogedrukgebied vanuit de oceaan richting Scandinavie, hopend dat de kou op het vasteland inmiddels door de aanwezigheid van een sneeuwdek is verscherpt. Een conclusie is voor de lange termijn natuurlijk niet te trekken, maar kansen blijven aanwezig voor de schaatsliefhebber.
Gisteren passeerde een koufront dat de voorste begrenzing was van de nu uitgestroomde arctische lucht. De depressie bij Noorwegen trekt heel langzaam verder en de kern zal over een dag of 6 waarschijnlijk in de buurt van Finland liggen; een randstoring trekt maandag en dinsdag naar het zuidoosten en zal ons land waarschijnlijk links laten liggen. Op de oceaan ligt dan een nieuwe rug van hogedruk die zich uitstrekt in de richting van IJsland. Alles bijeen wijst dit op een aanhoudend koude stroming boven onze omgeving. Het licht winterse weer weet voorlopig van geen wijken.
Dan nu het koffiedik kijken: op de lange termijn moeten we afwachten wat de drukstijgingen op het noorden van de oceaan gaan doen. Zowel ECMWF als GFS zinspelen op een uitbreiding van deze rug richting Scandinavie. Intussen gaat in het uiterste noorden een klein hogedrukgebied bij Nova Zembla zich met de zaken bemoeien. De signalen wat gunstige ontwikkeling betreft zijn nog zwak en de modellen wijzen nog niet op een ontwikkeling naar een echte vorstperiode. Wat dat betreft moeten we afwachten, want we zitten nu te kijken op een termijn van plm 10 dagen. Wel houdt iedereen het erop dat zachte lucht geen kans krijgt, ook niet op de langere termijn.
Bij ons kan het de komende dagen vooral in het binnenland licht vriezen in de nacht en ochtend terwijl de middagtemperaturen door de aanlandige wind steeds boven nul blijven. De kansen op hier en daar een gesloten sneeuwdek nemen wel toe. Bij opklaringen boven een sneeuwdek kan het zomaar ergens 5 graden of meer vriezen. Het hangt van allerlei niet goed te voorspellen details af wanneer en waar dit gebeurt. Wind en bewolking spelen daarbij een rol; op dit moment lijkt de kans daarop vrijdagochtend en zondagochtend het grootst. De wind blijft waaien uit richtingen tussen zuidwest en noordwest. Schaatsen zit er nog niet in, maar februari schrijven we gezien de ontwikkelingen nog maar niet af.
Quote selectie