De grafiek onderaan toont de lineaire trends over 1992 tot 2014 (trend per 10 jaar) van 26 meetstations verspreid over Nederland. Daarbij het gemiddelde over die 26 stations (mean raw), alsmede een aantal (voor onderzoeksdoeleinden door het KNMI samengestelde) gehomogeniseerde reeksen (... hom) plus het gemiddelde daarover (mean hom) en 'Centraal Nederland Temperatuur' (CNT).
De betreffende grafiek heeft (mede vanwege de korte periode) geen 'voorspellende' waarde voor de toekomst.
Het schetst een beeld hoe er zelfs in een klein land als Nederland verschillen zijn, met over de betreffende periode gemiddeld de grootste opwarming in het noorden van het land en de kleinste in het zuiden. Station De Bilt, waarvan de gegevens veelal in internationale overzichten gebruikt worden, kent een trend die iets lager is dan het gemiddelde over alle 26 stations.
1992 is hier als startjaar gekozen teneinde zoveel mogelijk landelijk gelegen stations te kunnen opnemen.
Ontbrekende stations zijn Vlieland (gestart in 1996), Berkhout (gestart in 1999), Hoorn-Terschelling (gestart in 1994), Wijk aan Zee (gestart in 2001), Soesterberg (gestopt in 2008), Woensdrecht (gestart in 1993), Ell (gestart in 1999), Stavoren (ruim 2 km verplaatst eind 1999, met drie maand ontbrekende gegevens), IJmuiden (diverse jaren zonder temperatuur gegevens) en Wilhelminadorp (gestopt in 2014).
Quote selectie