Landschappelijk zeer fraai, maar klimatologisch ook een vreemde eend in de bijt.
Door de relatief hoge ligging (500 tot bijna 700 meter) is het klimaat er aanmerkelijk kouder dan elders in de Benelux. Dit geldt zowel voor de temperaturen overdag als voor de temperaturen 's nachts. Ik heb geen cijfers over de norm wat betreft het aantal vorstdagen op de Hoge Venen, maar volgens mij moet dat stukken hoger liggen dan bijvoorbeeld Zuid-Limburg.
Het koudere klimaat heeft ook zijn weerslag op de natuur. Je vindt er heel veel naaldbossen, iets wat kenmerkend is voor de boreale gebieden in Scandinavië. De loofwouden die er te vinden zijn, komen pas later in het voorjaar in bloei en beginnen ook weer eerder te verkleuren in het najaar. Op 9 mei jl reed ik over de tweebaansweg tussen de Luxemburgse grens en St. Vith en vrijwel alle bomen waren toen nog kaal. De bladverkleuring zet meestal in de eerste helft van oktober in (en in sommige koude jaren al eind september)
De thermische contrasten tussen de Hoge Venen en het laagland zijn het grootst als het verschil tussen grondtemperatuur en bovenluchttemperatuur groot genoeg is. Vaak hebben we dit in maritiem-polaire noordweststromingen met lage T850 en T500.
Quote selectie