Doch zelfs dan, hoe mooi 't ook lijkt,
Is 't vaste weer nog niet bereikt.
Hebt ge een zomerse reunie,
Zet 't niet op 6 of 7 Juni.
De strenge koude-wind-despoot
Geeft dan zijn laatste degenstoot.
Dan gaat het zoeken, en, o wonder
De warmte komt soms met wat donder.
Ofschoon het ook wel vaak begon:
Wat broeiig, nevelig, zonder zon.
De dagen worden warm of zoel,
De avonden zijn toch nog koel.
De zeventiende is dat uit:
Een nieuw seizoen, een nieuw geluid!
Dan is er warmte, zo geen hitte,
Ge kunt nu 's avonds buiten zitten.
Geen koude wind zal u genaken;
Hoort hoe de kikkers buiten kwaken!
Gaat nu 't rosarium bekijken,
Hoe of op 't schoonst de rozen prijken.
Nu nadert ook de langste dag,
Die knal-heet dikwijls wezen mag.
Sint Jan, en ook Sint Piet en Pau
Staan geen van allen in de kou.
Het is het droog en warm seizoen,
Dat nu een tijd zijn best gaat doen.
Gij brengt nu maar, zo gauw als 't kali,
Uw paraplu naar Ome Jan.
Gij ziet wat wolken aan de kim?
Straks is 't nog maar een ijle schim.
Dat duurt nu voort meer dan 4 weken
Zelis donder kan het weer niet breken.
Een Nurks die zijn tuin begiet
Zegt al: "komt nu de regen niet?"
Van P. de Haas
Quote selectie