Toen we de nieuwe dag van start ging zag het er naar uit dat het om zeep was met de zonnige episode die we de voorbije dagen hebben gekend. We stonden op onder een zwaar bnewolkte hemel en schrijver dezes was vanaf 6H59 op de trein tussen Mechelen en Vilvoorde zelfs getuige van een heuse regenbui, doch even later te Brussel was het weer droog, en kwamen we zowaar in de opklaringen terecht. Het weer had vanaf dan veel weg van gisteren en eergisteren, zij het dan dat het zachter was met maxima tot 18,7 graden terwijl de wind meer naar zuidelijke richtingen geruimd was met snelheden tot 27 km/h. Te Malderen bleek het pluviale vertoon echter niet zo overtuigend te zijn, want de pluviometer heeft geen vin verroerd vandaag zodat we als dagtotaal nog maar eens 0,0 mm mogen optekenen. Of dat de volgende dagen ook zo gaat zijn valt te betwijfelen want het hogedrukgeboed dat de regenzones tegenhield was slechts op doortocht van zijn zomerverblijf op de oceaan naar zijn winterverblijf boven Siberië waardoor we de komende dagen de speelbal worden van Atlantische storingen. Bovendien zullen de bovenluchten op vrijdag sterk afkoelen en mogen de weergoden zo nog eens een flinke draai geven aan de buienmolen...
Het stralende nazomerweer van gisteren werd vandaag nog eens met glans overgedaan waarbij het temperatuursprofiel ietwat gewijzigd was. Zo werd het overdag iets minder warm met 23,3 graden terwijl het in de ochtend zachter bleef met 8,9 graden. De zuid - zuidwestelijke wind was echter een stuk aktiever dan gisteren, de wind haalde snelheden tot 25,7 km/h maar dit deed nauwelijks afbreuk aan het aangename weer. Bewolking was er nauwelijks, net als gisteren bestond deze uit wat ijle vederwolkjes en condensatiestrepen al bleef het wel opvallen dat deze vooral in het westen goed vertegenwoordigd waren, en dat is maar logisch ook met het zwalpende koufront dat zich in die richting bevindt maar tot dusver nog niet tot onze contreien is doorgedrongen. Neerslag is er uiteraard ook niet gevallen, al vormden zich boven open velden en weiden zowel 's ochtends als 's avonds dunne nevelbanken die voor een aparte sfeer zorgden.
Een veelbelovende start bij een bonte mengeling van opklaringen, hoge en middelhoge wolken, en aangenaam zachte ochtendminima van 14,2 graden. Helaas besloot een uitgestrekte massa laaghangende Stratusbewolking het fraaie weersgebeuren een flinke draai te geven en in een mum van tijd was het nazomerse tafereel herschapen in een sombere herfstachtige bedoening. We hoefden zelfs niet naar boven te kijken om dit te bevestigen: een blik op de thermometer sprak boekdelen want de temperatuur kwam niet hoger dan 19,1 graden. Voor de tijd van het jaar echter nog steeds een mooie prestatie weliswaar. Na de middag viel er af en toe lichte motregen maar de hoeveelheden waren niet meetbaar. Af en toe een bescheiden opklaring buiten beschouwing gelaten, beheerste dit weerstype zowat de hele namiddag en werd uiteindelijk gevolgd door opklaringen vanuit het westen. Hierbij zaten we echter aan de polaire zijde van het koufront en draaide de wind steevast naar het west- noordwesten om hierbij aan te wakkeren tot 19,3 km/h. Kort voor zonsondergang zorgden de resterende dikke Stratusflarden voor zeer dramatisch ogende wolkenluchten wat voor een heel apparte avondsfeer zorgde. De opklaringen werden steeds breder vanuit het westen en na zonsondergang was de lucht weer zo goed als helder. De avondlijke afkoeling ging hierdoor echter niet onopgemerkt voorbij, zeker nu er polaire lucht begint binnen te sijpelen.
Tijdens de nacht heeft de bewolking zich door het naderende warmtefront weer flink uitgebreid en hierdoor een halt toegeroepen aan de dalende temperaturen waardoor we vanochtend nog 'redelijke' minima van 8,9 graden konden optekenen. Er was ook wat mist aanwezig, maar door dat de aktiviteit van de storing de onderste luchtlagen weer door elkaar begint te mengen, was deze veel minder dicht dan gisteren zodat we eerder van nevel moeten spreken. Er was overigens ook wat meer wind met snelheden die opliepen tot 16,1 km/h uit het west- noordwesten. Of het door neerslaande mistdruppeltjes kwam of door 'echte' neerslag, op de teller van de pluviometer stond in elk geval 0,2 mm wat ook het dagtotaal zou worden. Aan laaghangende bewolking was er geen gebrek: deze zorgde voor zowat de ganse voormiddag opnieuw voor een somber weersbeeld en na de middag werd het er al niet veel beter op toen de bewolking volledig intact bleek te blijven. Wel werd het een pak warmer dan gisteren met maxima van 18,7 graden. De (visuele) satellietbeelden gaven echter hoop in de vorm van een gebiedje met opklaringen dat vanaf de Noordzee onze richting uitkwam en inderdaad: net als gisteren begon de bewolking in de vooravond weer te breken om vervolgens voor een groot stuk op te lossen. Er kwamen stapelwolken in de plaats, maar deze waren niet in staat om zich tot buienwolken te ontwikkelen. Ze gaven enkel aan dat we tijdelijk aan de polaire zijde van het golvende warmtefront zijn terechtgekomen, iets wat zich reeds verraadt aan de snelle afkoeling die zich tijdens de avond weer inzette. De bewolking nam verder af maar omstreeks 22H vormden zich reeds de eerste mistsluiers die het Malderse weerstation al snel aan het zicht onttrokken.
.
De ochtendminima waren vandaag opvallend doordat ze enerzijds erg hoog zaten met 11,8 graden en anderzijds doordat ze pas om 10H30 werden bereikt. Naar de 'dader' hoefden we niet lang te speuren: het was die sombere, grijze Stratuslucht die de hele nacht en voormiddag boven ons is blijven hangen en bovendien nog eens versterkt werd door flink wat mist. De hele voormiddag werd erdoor in beslag genomen, maar vanaf omstreeks 11H konden we gelukkig al toezien hoe de bewolking begon uit te dunnen en de mist verdween. De zonnewarmte leek dwars door de wolken te stralen en even later zagen we haar dan tevoorschijn komen: eerst een bleek schijfje middenin de grijze soep en even later terug de vertrouwde krachtige vuurbol die het kwik meteen 'flambeerde' zodat het geheel als een zomers nagerecht van 23,8 graden kon worden opgediend in een fruitig slaatje van zuid- zuidwestelijke briesjes die 17,7 km/h haalden. Helemaal wolkenloos werd het niet want er hing een opvallende band van dichte Cirrus spissatus bewolking die wellicht een eindje ten noorden van Malderen voor een minder zonnig weertype moet gezorgd hebben. Op deze locatie kwam de bewolking eerder tropisch over doordat ze deed denken aan de ijskappen van tropische onweersbuien die de hele tijd vlakbij hingen. De band bleef de hele namiddag ongeveer ter plaatse hangen, maar ging 's avonds over in een lange rij van Cirrus floccus toefjes die nog steeds sterk contrasteerden met de voorts diepblauwe lucht. Hun uiterlijk deed een beetje denken aan de rookwolkjes van een voorbijsnellende locomotief of voorbijwandelende pijproker. Bij zonsondergang zorgde dit voor een mooie afsluiter van deze geslaagde zomerdag toen de wolkjes in fel oranje kleuren gingen oplichten. Na zonsondergang viel dan weer op hoe de temperatuur nog een hele tijd rond de twintig graden bleef schommelen en op deze manier zelfs de mooiste zomerdagen die we het voorbije seizoen gekend hebben, aardig doet verbleken. Het voelde ook niet vochtig of klam aan waardoor dichte mist en laaghangende bewolking zoals vanochtend wellicht niet hoeven gevreesd te worden.
De buien van gisterenavond werden gevolgd door nog meer buien die steeds heviger werden en tijdens de nacht voor een ware zondvloed hebben gezorgd. Hier kwam ook nog eens behoorlijk wat wind bij kijken, maar tot onweer is het op deze locatie (Trois Ponts) niet gekomen. bij het aanbreken van de dag was het nog steeds betrokken en werd de omgeving gegeseld door striemende regenvlagen. Het grootste deel van Vlaanderen bleek op dat moment reeds in de opklaringen te zitten, welke korte tijd later ook hier arriveerden. De bewolking ging hierbij plots over in een diepblauwe lucht met verspreide Stratus fractus en Cumulus. Af en toe dreven er nog dikke wolkenmassa's voorbij, maar de neerslag bleef nu beperkt tot buitjes van motregen terwijl het op het einde van de voormiddag definitief droog werd. De terugrit naar Malderen verliep dan ook in heel wat vriendelijkere omstandigheden, waarbij de resterende bewolking overging in Cumulus en er in de hogere luchtlegen wat Cirrusbewolking voorbijdreef. We troffen het weerstation in gelijkaardige omstandigheden aan, al begonnen de Cumuluswolken tijdens de namiddag flink op te bollen terwijl er geregeld dreigende wolkenvelden van Stratus fractus en Stratocumulus voorbijdreven. De stapelwolken leken enigszins te roteren door een sterke windschering, maar uiteindelijk bracht dit geen verdere gevolgen met zich mee en verliep de rest van de dag in half tot zwaarbewolkte omstandigheden. De temperaturen stegen hierbij van 10,2 tot 18,1 graden terwijl de wind het noorden opzocht met snelheden tot 30,6 km/h. Na zonsondergang werden de opklaringen weer breder en werd de avondlijke afkoeling een versnelling hoger gezet. het duurde echter nog tot laat in de avond voordat het kwik onder de 10 graden dook, zodat we voorlopig nog gespaard bleven van de eerste nachtvorst. We sloten de dag af in rustige omstandigheden en met een neerslagtotaal van 0,8 mm.
We ontwaaken vanochtend onder een kraakheldere sterrenhemel bij koude minima van 2,8 graden. Toen het eerste daglicht in de atmosfeer doordrong, bleek alles echter verborgen te zitten achter een dikke mistlaag die ons plots overviel. Van de zon viel geen spoor meer te bekennen waardoor de omgeving op zichzelf was aangewezen om de hopeloze thermische achterstand weer in te halen. Deze klus werd pas laat op de voormiddag letterlijk en figuurlijk opgeklaard toen de zon er weer door kwam en de mist overging in dunner wordende Stratus. De namiddag zag er dan weer vriendelijk en nazomers uit, al voelde ze niet zo aan bij eerder kille maxima van 15,7 graden en een schrale noord- noordoostenwind die snelheden tot 20,9 km/h haalde. We bevonden ons nog steeds in continentale luchtmassa's die gemakkelijk afkoelen, en dat zouden we tegen zonsondergang geweten hebben toen het weer pijlsnel afkoelde en we binnen de kortste keren weer onder de tien graden doken. De wind viel weg waardoor het niet nog kouder aanvoelde, maar het was net hierdoor dat de luchtmassa's niet meer gemengd werden en er aan de grond een extra koude luchtmassa werd gevormd. Hoewel het in thermometerhut nog niet zal vriezen, zullen er aan de grond wellicht negatieve cijfers uit de bus rollen. We sloten de dag af in onderkoelde omstandigheden en met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Nog steeds lag Malderen in de greep van sombere Stratusbewolking die weliswaar voor hogere minima zorgde (rond 15 graden). Twee belangrijke verschilpunten tegenover gisteren zijn dat de bewolking nu dikker was waardoor het gemakkelijk tot lichte regen of motregen kwam tijdens het eerste deel van de voormiddag, en het afzwakken van de wind. Het polaire front vonden we boven Nederland terug waar het de neiging had langzaam zuidwaarts te trekken. Daarachter zat gevoelig koudere lucht en de scheidingslijn tussen warm en koud liep tegen de middag min of meer gelijk met de Belgisch- Nederlandse grens. Met temperatuursverschillen van ongeveer 5 graden over enkele tientallen kilometers was het best indrukwekkend en dit ging gepaard met flink wat motregen ten noorden van de grensstreek. In Malderen klaarde het na de middag een beetje op en de bewolking kreeg een onstabiele uitstraling (Stratocumulus lenticularis, castellanus en Stratus fractus). Veel stelden die opklaringen overigens niet voor want we kregen de zon amper te zien. De maxima van 17,8 graden hadden we dan ook aan de luchtsoort te danken al dreven er bij zonsondergang dan alsnog opklaringen binnen vanuit het westen. Deze waren het gevolg van reliëfwerking boven de Britse eilanden, maar lang konden we daar niet van profiteren. Het koufront was immers reeds aan het afzakken en zorgde korte tijd later voor motregen die het dagtotaal verder aanvulde tot 0,7 mm. Daarna koelde het af, maar door de dikke wolkenlaag ging dat maar langzaam en op het einde van de avond leek het kwik te blijven steken op 14,2 graden wat uiteindelijk ook de minimumtemperatuur werd.
Het was vanochtend zeer zacht met temperaturen die rond 15 graden schommelden omstreeks 6H. Een heel verschil met Nederland waar het in het noorden op hetzelfde moment maar een zestal graden warm was. Toch kwam het 'gevaar' voor de warmteliefhebbers uit het zuidwesten waar we het koufront terugvonden. Dit lag vlakbij de kust en trok geleidelijk onze kant op. Voor het zover was konden we nog even genieten van opklaringen die bij zonsopgang een mooie diepblauwe lucht toonden met daaronder veel Stratus en Stratus fractus wolken waartussen stapelwolken hingen. Vanuit het zuidwesten begon het luchtruim langzaam vol te lopen met Cirrostratus en Altocumulus bewolking. Vervolgens werd alles toegedekt met laaghangende Stratus en Stratus fractus bewolking. De overgang naar koele lucht liep kennelijk erg subtiel aangezien we meteen weer in opklaringen terecht kwamen zonder noemenswaardige slagregens of stortbuien. De maxima werden tamelijk vroeg bereikt (11H) met 15,5 graden en op sommige momenten stond er redelijk wat wind met snelheden tot 40,2 km/h uit het west- zuidwesten. De atmosfeer maakte eventjes een stabiele indruk toen we de stapelwolken verderop zagen uitspreiden tot onschuldig ogende Stratocumulusveldjes, maar uiteindelijk kregen we toch nog te maken met pittige buienlijnen. Rond de middag verschenen er Cirrus densus wolken tussen en boven de stapelwolken en omstreeks 15H zagen we onderandere boven Brussel een krachtige buienlijn opdoemen die met donderend geraas over de stad trok. Achter deze buitenlijn leek de rust terug te keren en werd het lichtbewolkt en rustig. Dit was echter bedrieglijke rust want in de verte waren aambeeldvormige wolkenstructuren te zien die bij een pittig buiengebiedje hoorden dat vanuit het Kanaal de Benelux is ingetrokken. Daar de buien afhankelijk waren van het warme zeewater verloren ze niettemin hun activiteit en kwam het slechts op enkele plaatsen (niet in Malderen) tot regenval. Brede opklaringen deden het vervolgens afkoelen tot 7,8 graden wat uiteindelijk ook de minima werden. We maten een neerslagtotaal van 4,6 mm op dat sinds deze namiddag onveranderd is gebleven.
Van de regen was vanochtend niets meer te merken en de grijze wolken hebben plaats gemaakt voor luchtige Cirrus en Cirrostratusbewolking terwijl een vrolijk herfstzonnetje haar opwachting maakte. Er stak geleidelijk een oostelijk briesje op wat eerst zichtbaar werd doordat er Cumulus fractus bewolking ontstond die erop voortdreef, en later door het kippenvel van degenen die eraan blootgesteld werden. Het briesje voerde immers continentale lucht uit oost- Europa aan waar het de afgelopen week flink is afgekoeld en het was ook hier erg fris vanochtend met minima van ... graden. De Cumulus fractus bewolking werd talrijker en groter tot hij ongeveer de helft van het luchtruim bedekte en het kwik hield het voor bekeken bij ... graden. Tijdens de avond begon een actief regengebied vanuit Nederland af te zakken waardoor we een tamelijk scherp begrensde band van Altostratus bewolking zagen opdoemen die prachtige oranje valstrepen liet zien (virga) toen hij door de ondergaande zon werd aangeschenen. Er volgde een zwaarbewolkte tot betrokken avond waarbij het wolkendek de afkoeling echter wist af te remmen. De neerslag zou ons pas morgen bereiken waardoor we er nog met een dagtotaal van 0,0 mm aan konden ontsnappen
Tijdens de nacht is er opnieuw wat sluierbewolking binnengedreven en zijn er ook Altocumulus lenticularis wolken ontstaan die zich in het westen en zuiden het sterkst vertegenwoordigd zagen. Ze markeerden een zuidelijke tot zuidoostelijke stroming waarin zeer zachte lucht werd aangevoerd, en de minima mochten er dan ook wezen met 8,3 graden. Overdag ging het alleen maar bergop met het kwik en ondanks het late tijdstip in het najaar voelden de krachtige zonnestralen van het verrassende oktoberzonnetje nog steeds 'juliaans' aan. Ook de thermometers zouden in het putje van de zomer niet misstaan met hun 17,8 graden tijdens de namiddag, maar deze was nog maar amper halverwege of een volgende regenzone besloot ons weer met beide voeten op de grond te zetten door de eerdergenoemde oktoberzon weg te toveren. Het voelde al meteen een stuk killer aan onder een betrokken rakende hemel en een aanwakkerende (maar nog niet overdreven sterke) zuidenwind. Eerst was er veel Altocumulus, Stratocumulus en Altostratus bewolking, later ging de Altostratus overheersen en tegen zonsondergang ging deze over in Nimbostratus met het bekende vervolg aan de binnenkant van onze pluviometers. Toen het reeds volledig donker was toverden de weergoden nog een verrassing uit hun lekke hoed door een onweerscomplex over België te sturen. Hier en daar kon dus gratis stroom worden afgetapt al bleef het in Malderen op het eerste zicht bij gewone regen die echter aan een flinke intensiteit naar beneden denderde. Het eindresultaat mocht er dan ook wezen met 10,8 mm welke we in een betrokken nacht optekenden waarin het af en toe nog wat nadruppelde. Het onweerscomplex bevond zich blijkbaar in een eindstadium want boven Frankrijk was de bliksemactiviteit veel groter en in Nederland bleken de opgetekende neerslagtotalen meestal slechts een fractie van het Londerzeelse totaal te bedragen.
Geen Flashback op Weerwoord wegens ziekte, panne of buitenlandse reis? Lees de Flashback nu ook op mijn website! Elke dag automatisch bijgewerkt vanaf 0H01 Belgische tijd, voor alle datums vanaf 1 mei 2004.