Niet beschikbaar
Uiteindelijk werd het de kleur blauw die de hemel boven het witberijpte landschap heeft aangenomen deze morgen. Dit was echter lang niet overal het geval want vooral de gebieden ten zuiden van de as Antwerpen - Brussel - Kortrijk hebben nauwelijks zon gezien vandaag door toedoen van uitgestrekte mistvelden. Te Malderen waren het slechts wat rudimentaire Stratocumulusbankjes die naast de zon aanwezig waren, en het zijn ook deze opklaringen die het kwik lieten uitkomen op een vrieskoude -2,2 graden, meteen ook de eerste vorst in de hut dit najaar. De zon heeft in november weinig kracht dus het loodzware kwik was grotendeels op zichzelf aangewezen om zich uit het thermische dal omhoog te hijsen en hogere maxima dan 5,9 graden moesten we dan ook niet verwachten. Gelukkig was de oostelijke wind niet al te sterk met 10 km/h zodat het koudegevoel binnen de perken bleef. Vanuit het noorden kwamen na de middag wolkenvelden opzetten waar de zon tijdelijk helemaal achter verdween en in de late namiddag kwamen de mistvelden vanuit het oosten oprukken zodat de laatste restjes blauwe lucht in korte tijd werden weggeveegd. Het grootste deel van het land zit momenteel reeds in de wolken, tenminste in de letterlijke zin dan, iets wat de komende nacht en een groot deel van morgen ook het geval zal zijn. De lage bewolking werkt echter als een donsdeken zodat het kwik slechts langzaam terugkruipt en zo zal het grootste deel van Vlaanderen de komende nacht wellicht vorstvrij blijven. Wanneer we de zon gaan terugzien is echter een andere vraag want we blijven minstens de komende 72 uur nabij de kernen van krachtige hogedrukgebieden vertoeven waar de omstandigheden uiterst gunstig zijn voor het intact houden van dichte mistlagen. Het is hopen op de noordoostelijke circulatie die midden komende week zou op gang komen, maar zachter zal het er dan in elk geval niet op worden..
Het koufront van een omvangrijke depressie die nog ten westen van de britse Eilanden zit, was de voorbije uren onderhevig aan cyclogenese waardoor er een dochterdepressie ontstond die onderandere Malderen op haar route had liggen. Het was dus niet zo verwonderlijk dat we vanochtend onder een grijze hemel ontwaakten waaruit de regen aan een matige intensiteit naar beneden stroomde. Het koufront van deze dochterdepressie was op haar beurt echter al dicht genaderd waardoor de opklaringen niet zover meer af waren. De westelijke horizon werd steeds lichter terwijl de regen steeds minder werd om uiteindelijk over te gaan in motregen en tegen de middag op te houden. Brede opklaringen en diepblauwe luchten maakten vanuit het westen langzaam hun intrede, maar er stroomde ook koelere lucht binnen, iets dat we op de thermometers reeds konden merken. 5,4 tot 9,6 graden waren de waarden die op het einde van het etmaal uit het weerstation rolden, waarbij de minima pas op het einde van de avond werden bereikt. De opklaringen hadden pas in het tweede deel van de middag het grootste deel van het luchtruim veroverd waardoor we niet veel beroep konden doen op de zon om ons op te warmen, voor zover ze daar nu nog toe in staat zou zijn tenminste. Een aantal kleine stapelwolkjes die vluchtig doorheen het Malderse luchtruim jaagden was alles wat uiteindelijk nog overbleef al leek er kort voor zonsondergang in het uiterste westen al een weinig verse sluierbewolking te verschijnen. De wind was nog nadrukkelijk aanwezig met snelheden tot 35,4 km/h uit het zuid- zuidwesten maar het was dezelfde wind die tijdens de nachtelijke uurtjes de luchtlagen goed gemengd hield waardoor een veel sterkere afkoeling kon vermeden worden. Het etmaal werd uiteindelijk afgesloten met het neerslagtotaal van 6,0 mm dat we tegen de middag reeds bereikt hadden.
Kennelijk is het gisteren tijdens het laatste uur voor middernacht erg snel gegaan vermits we het etmaal alsnog met 2,0 mm neerslag afsloten. Vandaag begonnen we de dag onder een betrokken hemel waaruit een mengsel van motregen en smeltende sneeuw viel, maar dit was slechts gedurende vrij korte tijd vermits het neerslagtotaal op 0,0 mm bleef staan. We bevonden ons snel aan de achterzijde van het koufront, waar je een afwisseling van fraaie buienwolken en brede opklaringen zou verwachten, ware het niet dat de zeelucht aanmerkelijk warmer was dan het binnenland en er dus Stratusbewolking werd gevormd. De koude plaklaag aan de grond gaf echter geen aanleiding meer tot vorst; de laagste temperatuur bedroeg 3,2 graden. Enkele honderden meters hoger in de atmosfeer vonden we de heldere polaire lucht met de bijhorende buienwolken terug, en deze deden het onderandere in Brussel nog een paar keer matig regenen terwijl het in Malderen droog bleef. Bij dit alles stond er een zuid- zuidwestelijke wind met snelheden tot 22,5 km/h. Een enkele opklaring onderbrak de grijze Stratuslaag maar dit leverde geen zonneschijn op. Nadat het kwik steeg tot een schamele 6,8 graden, werd de daglichtperiode even grijs geƫindigd als hij begonnen was. Ook de avond verliep onder een betrokken hemel, zij het deze keer bij flink wat zachtere temperaturen die rond de zes graden lijken te stagneren.
Brede opklaringen met wat verspreide Stratocumulusvelden en Cirrus floccus ertussen, zorgden ervoor dat het vannacht nog wat verder kon afkoelen, maar van vorst was nog steeds geen sprake bij minima van 5,9 graden. De zonsopgang was van sublieme schoonheid door de mooie strukturen die in de eerdergenoemde wolkensoorten te bewonderen vielen, en de zachte kleuren van de laagstaande winterzon. Het was echter geraden om er snel bij te zijn, want opkomende Stratusbewolking uit een zwak warmtefront maakte hier in een handomdraai een eind aan. Het vervolg deed veel aan gisteren denken met een vormeloze grijze wolkenmassa waaronder ook nog eens mist werd gevormd terwijl er eveneens voor de sporadische motregen werd gezorgd. Met dit alles werd echter zachtere lucht aangevoerd waardoor de temperatuur langzaam ging stijgen om uiteindelijk later op de namiddag 9,8 graden te halen. Stijgende luchtbewegingen van (alweer) een naderend warmtefront deden af en toe kleine opklaringen ontstaan in het wolkendek dat kort voor het invallen van de avondschemering overging in Stratocumulus, en waarboven nogal wat Cirrostratusbewolking te zien was. De avond verliep op haar beurt rustig, zwaarbewolkt en zacht, maar het bleef droog waardoor het bij die 0,2 mm aan motregens voor vandaag is gebleven.
Bewolking was er vanochtend nauwelijks te zien, zodat we bij zonsopgang aankeken tegen een veelbelovende, azuurblauwe hemel. Hierbij vielen vooral de temperaturen op die ondanks de kraakheldere hemel niet beneden de 8,6 graden zijn gedaald zodat er van de in deze omstandigheden gebruikelijke nachtvorst totaal geen sprake was. Veel veranderde er overdag niet aan het lenteachtige weerbeeld, al dreven er rond en na de middag veel sluierwolken voorbij die het eindeloze blauw onderbraken. Wat echter niet van de zonnestralen kon gezegd worden, want deze werden er nauwelijks door gehinderd. Het was voor het kwik dan ook een koud kunstje om op te lopen naar een warme 15,6 graden. De stormachtige wind is vandaag wat geluwd, maar met snelheden tot 41,8 km/h uit het zuid- zuidwesten was ze toch zeker niet te onderschatten. Op het einde van de namiddag leek de sluierbewolking weer op te lossen/weg te trekken, zodat we 's avonds weer konden genieten van een schitterende sterrenhemel in nog steeds uitermate zachte omstandigheden. We sloten de dag af met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Het voelde bijna warm aan bij temperaturen die afgelopen nacht niet meer onder 6,7 graden zijn gezakt. De combinatie van zachtere zeelucht en bewolking lag aan de basis van zowel de opwarming als de sombere herfstdag die erop volgde. Grijs werd vandaag immers alweer de hoofdkleur, en we kregen terug onze vertrouwde mengeling van Stratocumulus en Stratocumulus te zien. Nieuw aan dit alles was dat het nu om Stratocumulus duplicatus ging, maar wie niets van wolken afweet had er weinig aan en voor de wolkenkenners zag het er eigenlijk ook niet veel beter uit. Na de middag werd er weer overgeschakeld op een dikke laag van Stratus en Stratus fractusbewolking die al evenmin opwindend was en de temperaturen bleven ondanks de verzachting vanochtend steken op 9,6 graden. Verder viel opnieuw de doodse kalmte van de atmosfeer op met hooguit een zwak zuidwestelijk briesje tot 20,9 km/h. De bewolking kreeg 's avonds de neiging om wat open te breken, maar echt duidelijke opklaringen kregen we niet te zien zodat we de dag in somberheid afsloten. Dit zorgde voor een afgeremde afkoeling waardoor het, zeker in de hut, komende nacht niet zal vriezen. Het neerslagtotaal bleef opnieuw beperkt tot 0,0 mm.
lijven.
Geen Flashback op Weerwoord wegens ziekte, panne of buitenlandse reis? Lees de Flashback nu ook op mijn website! Elke dag automatisch bijgewerkt vanaf 0H01 Belgische tijd, voor alle datums vanaf 1 mei 2004.