Nog een anekdote uit eigen hoek:
28 december 2000 ontving mijn vader van uitgeverij Noordboek een brief plus boek waarin zij schreven dat wij hierbij een exemplaar kregen van het boek 'Bar en Boos - Groningen en het weer', geschreven door Piet Paulusma met medewerking van Roely Boer. Reden: mijn vader zou medewerker zijn geweest aan het boek. Perplex staande hebben we het boek doorgenomen en vonden de volgende tekst over de windhoos te Zuidbroek:
"De hoos trok ook nog over enkele boerderijen ten zuiden van Zuidbroek. Bomen werden omver gegooid alsof het bonenstokken waren en zware takken vlogen tientallen meters door de lucht. Dakpannen zeilen als frisby's naar beneden. De vraag is, was het een echte windhoos of een tornado? Niemand had een fraaie slurf gezien, toch kenmerkend voor de meeste hozen. Nader onderzoek van het KNMI wees uit, dat er wel degelijk sprake is geweest van een windhoos, want `normale` rukwinen zouden nooit een dergelijke ravage kunnen veroorzaken. Hoewel de bui naar het zuidoosten trok, werd ver in oostelijke richting een dakgoot gevonden en enkele bomen waren juist in zuidwestelijke richting ontworteld.
De bui ontstond in het noordwesten en trok richting zuidoost, over een traject van zo'n tien kilometer. Alleen bij Zuidbroek was evenwel sprake van een windhoos. In noordwestelijke richting was in een vrijwel rechte lijn incidentele boomschade; tot aan Slochteren waren her en der takken van bomen gerukt. In zuidoostelijke richting waren vlakbij de gaswinningsinstallatie nog bomen beschadigd en bij het dorp Meeden werd melding gemaakt an schade aan verkeersborden."
Nu het integrale stuk zoals gepubliceerd in Weerspiegel en, nog altijd, te vinden op de website van mijn vader (www.wxgr.nl, onder Bijzonder Weer):
"De hoos raasde ook nog over enkele boerderijen ten zuiden van Zuidbroek. Hier werden enkele bomen omver gegooid, vlogen zware takken tientallen meters door de lucht, verdwenen eveneens vele dakpannen en werd een deel van een kapschuur vernield. Was het nu een echte windhoos of tornado geweest? Niemand had een fraaie slurf gezien, die toch zo kenmerkend is voor de meeste hozen. Nader onderzoek van weeramateurs toonde echter aan, dat wel degelijk van een windhoos sprake was geweest. De wijde verspreiding van restanten van de kas tot op honderden meters zou onmogelijk door 'normale' rukwinden veroorzaakt kunnen zijn. (..) Hoewel de bui zelf naar het zuidoosten trok, werd ver oostelijk een dakgoot gevonden. Enkele bomen waren juist in zuidwestelijke richting ontworteld.
De bui is uit het noordwesten gekomen en naar het zuidoosten getrokken. (..) In noordwestelijke richting was in een vrijwel rechte lijn incidentele boomschade te ontdekken. Tot aan Slochteren toe waren her en der zware takken van bomen gerukt. In zuidoostelijke richting viel nog boomschade vlak bij een installatie voor gaswinning, en bij het dorp Meeden werd melding gemaakt van schade aan verkeersborden."
Het is correct dat mijn vader, en ikzelf ook, onderzoek gedaan hebben naar de windhoos te Zuidbroek in 1998. Dat is het genoemde "nader onderzoek van weeramateurs" zoals vermeld in mijn vader's artikel. Het artikel daarover is gepubliceerd in Weerspiegel 12 van 1998 en integraal overgenomen op de website van mijn vader. Er is echter nooit toestemming gegeven voor de overname van het artikel in het boek, noch voor een dergelijke aandikking van de beschrijvingen zoals die uit de ooggetuigeverslagen komen die wij afgenomen hebben.
Van dit geheel is melding gemaakt bij de uitgever, verzoek was enkel om notitie te nemen van deze onjuiste handelswijze, en dat daarmee de zaak wel afgerond was. We hebben daarna nooit een reactie terug ontvangen.
Tot slot, inhoudelijk over het boek zelf, eerder is door dezelfde auteur een boek over 'Friesland en het weer' verschenen. Op dat boek is onder andere in Weerspiegel 3 van 1999 flinke kritiek geuit, en omdat de boeken over Groningen en Friesland in grote lijnen volledig identiek bleken, kon deze kritiek (soms met gelijkgebleven bladzijdeverwijzingen!) in de bespreking voor het nieuwe boek zo overgenomen worden. Van opbouwende kritiek trekt de heer Paulusma zich blijkbaar dus ook weinig aan.
Tot zover mijn bijdrage

.
Quote selectie