Als nacht-afsluiter in De Tijd Waarin De Hoop Op Winter Groeit geheel ongevraagd een blijvende winterherinnering.
Ik ben natuurlijk kou-liefhebber, maar dat moet het ook écht droog-koud zijn. Zwitserse bergen-koud. 1979 in Davos op 2 januari in een doodstille maanverlichte nacht, met poeiersneeuw en -24 op de thermometer. Stille lucht. Onewerkelijk. Dat soort kou. Dat front wat mij toen die sneeuw en kou bezorgde had Nederland een dag eerder aangedaan: oud en nieuw 1979.
Maar sommige herinneringen zijn indrukwekkender omdat je ouder, rijper was. Of was het het oud-en-nieuwthema?
Want het was de nacht van 31 december '96 naar 1 januari '97 dat ik besloot het balkonnetje op te lopen om even een luchtje te scheppen. We hadden een boel vrienden over de vloer, de (gas-) kachel loeide en ik wist dat het behoorlijk vroor. En ik had het een en ander op dus graag wat frisse lucht.
Ik was in één klap nuchter. Een volstrekt heldere lucht die iets bewoog (het was niet windstil) en die een ijs- en ijskoude droge Oeralluchtsoort in mijn gezicht blies.
Die nacht vroor het geloof ik een graad of 15. Ook bij ons. Droge diepvrieslucht. Ultieme transportkou.
Sindsdien hebben we het nodige winterweer gehad, maar dit soort gortdroge transportkou (en die van februari 1986) kom je maar zelden tegen. En daar verlang ik naar.
Quote selectie