Een uitbijter is een lid (in dit geval de Oper) die substantieel buiten de brede waaier van de andere oplossingen zit, ver van de mediaanoplossing.
In de statistiek is een uitbijter een oplossing (of waargenomen waarde) die niet bij de overige oplossingen (of waardes) lijkt te passen omdat hij opmerkelijk ver van de overige data verwijderd ligt. Hoe ver een uitbijter uit de range moet vallen om "uitbijter" te zijn is mij niet echt duidelijk (de mij bekende cursussen statistiek zeggen mij dat niet eenduidig), maar volgens Ruben elders in deze thread zou het meer dan 1,5 keer de interquartile range betreffen.
Een statistiek die wordt afgeleid uit rekenkundige data (bv. een modelensemble) met daarin een uitbijter, kan een sterk vertekend beeld geven van de werkelijkheid. Dit kan echter ook een aanwijzing zijn dat niet de juiste kansverdeling wordt toegepast. In dat geval is er feitelijk geen sprake van uitschieter. Bij de berekening van het rekenkundig gemiddelde in een ensemble heeft een uitbijter grote invloed op de verkregen waarde, maar een uitbijter heeft geen of nauwelijks invloed bij de berekening van een mediaan.
In de modelensembles van GFS en EC zullen uitbijters volgens mij ook eerder zeldzaam zijn. Ik heb er echt nog niet te veel gezien en al zeker niet van Opers.
Er wordt hier dus veel te snel geroepen dat een lid (of in dit geval de Oper) een uitbijter is omdat hij bovenaan of onderaan het ensemble zit. Dat is niet correct, ook in dit geval niet. De Oper krijgt overigens wat stromingspatroon betreft de steun van meerdere leden, zij het dat de onzekerheid op de betrokken termijn niet is afgenomen t.o.v. de vorige GFS run, wel integendeel lijkt die onzekerheid juist nog wat toe te nemen en niet op te schuiven in de termijn. Als ik het goed zie is er in deze run ook alweer een cluster meer te ontwaren. Het model heeft dus duidelijk zeer veel moeite om het cruciale omslagpunt dat er duidelijk zit aan te komen juist in te schatten.
Quote selectie