Het is goed om de geschiedenis van de AGW-theorie in het oog te houden. Het broeikaseffect kennen we al, afhankelijk van waar je het begin legt, sinds 190 of 155 jaar. Fourier toonde al in 1824 aan dat de aarde veel kouder moest zijn als er geen atmosfeer zou zijn. Zijn conclusie was dat de aard-atmosfeer als een isolator moest werken. Pouillet droeg een steentje bij door de zonne-constante te berekenen; hij kwam op 1228 W / m
2. (De huidige schatting is: variërend tussen 1312 en 1412). Tyndall bewees het broeikaseffect in principe al in 1859. Hij deed experimenten die aantoonden dat gassen straling absorberen. Het fysisch mechanisme achter die absorptie (en emissie) werd afdoende beschreven in de 20-ste eeuwse atoomtheorie.
Vandaag stond een artikel over Arrhenius (grondlegger van de fysische chemie) in Trouw. Arrhenius becijferde in 1896 al wat verdubbeling van de hoeveelheid CO
2 zou betekenen. Hier een citaat uit Trouw van vandaag:
Tien jaar later zou de Zweed (Arrhenius) als eerste het broeikaseffect beschrijven. Het voorwerk was gedaan door andere wetenschappers. De Fransman Joseph Fourier ontdekte in 1824 dat de atmosfeer warmte vasthoudt. De Engelsman John Tyndall signaleerde een paar decennia later dat gassen als koolstofdioxide daarvoor verantwoordelijk waren. Arrhenius begreep nu dat het op grote schaal verbranden van fossiele brandstoffen consequenties moest hebben voor de temperatuur op aarde.
Hij schatte dat effect niet helemaal goed in. Een verdubbeling van de hoeveelheid koolstofdioxide zou het, zo dacht de Zweed, al snel zo'n vier tot zes graden warmer maken. Dat bleek bij nader inzien enigszins overdreven. Maar op de kern van Arrhenius' theorie bleek niets af te dingen.
Erg ongerust maakte het de scheikundige allemaal niet. Hij zag vooral de voordelen van een opwarming door menselijk toedoen. Het was een mooie mogelijkheid om een volgende IJstijd op zijn minst een tijdje uit te stellen. En in noordelijker gelegen streken zouden de landerijen meer gaan opbrengen dan ooit tevoren. Het moge duidelijk zijn: de blik van Arrhenius beperkte zich nogal tot zijn eigen hoek van de wereld. Voor de mondiale implicaties had hij weinig oog. Ter verdediging van de man: hij kon eind negentiende eeuw nog onmogelijk voorzien welke grote vlucht het gebruik van fossiele brandstoffen in de honderd jaar daarna zou nemen.
Opmerking van mij: Arrhenius beschreef niet als eerste het broeikaseffect. Daar begon Fourier mee, zoals in het artikel ook is aangegeven (het vasthouden van warmte=broeikaseffect). Het lijkt een populaire vergissing te zijn die hier plaats grijpt: de veronderstelling dat we nu pas met broeikaseffect te maken hebben. Dat is er al zolang de aarde een atmosfeer heeft. We krijgen nu te maken met een versterkt broeikaseffect. En dat laatste becijferde Arrhenius.
Helaas had Arrhenius op terreinen buiten zijn vak ideeën die wij nu als zeer bedenkelijk beschouwen. In die tijd, ver voor de nazi-tijd, werden die ideeën (oa over rassenhygiëne) nog als acceptabel beschouwd.
Het doet niets af aan zijn verdienste voor fysische chemie en voor de beschrijving van een versterkt broeikaseffect.
Groet,
Cees
Quote selectie