Het saaie weertype van gisteren mochten we vandaag nog eens overdoen, doch deze keer met het verschil dat er geen neerslag viel, en vooral, dat het hardnekkige wolkendek iets minder dik was zodat er ondanks het feit dat de zon niet geschenen heeft, iets meer licht was. Op de temperaturen had dit echter weinig invloed, met waarden tussen 1,8 en 4,4 graden bleef het erg ondermaats en daar zit natuurlijk die noordoostelijke tot oostelijke bries voor iets tussen, die met snelheden tot 26 km/h koude vrieslucht uit het noorden van Europa aanvoerde. Een situatie die zich een tijdje lijkt te zullen handhaven want ook voor volgende week laten de weermodellen ons gebukt gaan onder Polaire of Arctische luchtmassa's die de temperaturen een eindje onder de normaalwaarden zullen houden, met lichte tot matige nachtvorst. Op iets kortere termijn lijkt vooral vrijdag interessant te worden wanneer een sneeuwzone in de buurt komt te liggen en voor die reeds gisteren besproken witte wereld zou kunnen zorgen, maar de weermodellen zijn het er nog niet over eens: sommigen laten de sneeuw net ten noorden voorbijtrekken, andere net ten oosten van ons en anderen geven Vlaanderen dan weer de volle lading. Waarschijnlijk komt hier morgen meer duidelijkheid over, en in afwachting zullen we morgen opnieuw met koud en zwaarbewolkt winterweer geconfronteerd worden waarbij we morgenvroeg mogelijk al een paar graadjes vorst kunnen meepikken als "opwarmertje" voor wat komen gaat (kan gaan).
Het warmtefront dat gisteren reeds koers zette naar de Lage Landen, is uiteindelijk zonder veel 'inhoud' doorheen het land getrokken. Hoewel verschillende weermodellen de vrees deden ontstaan voor een somber en grijs weertype, viel het allemaal best mee vandaag. De hemel was slechts bedekt met Cirrostratus, een weinig Altocumulus en dunne Altostratus, waar de zon nog redelijk goed kon doorheen schijnen. De dag verliep aldus in een lente- achtige sfeer al moesten we vooral na de middag rekening houden met een aanwakkerende zuid-zuidwestenwind die uiteindelijk snelheden tot 40,2 km/h bereikte. Vanuit het westen kwam ondertussen een koufront dichterbij, maar ondanks dit alles nam de bewolking niet verder toe en werd ze ook niet dikker. Een sfeervolle zonsondergang sloot de daglichtperiode af en daarna bleven de opklaringen nog een hele poos stand houden zodat de maan probleemloos de rol van de zon kon overnemen. Uiteindelijk liet het voorgenoemde koufront zich alsnog gelden waardoor de bewolking eensklaps toenam in de late avonduurtjes en we vervolgens perioden van motregen of lichte regen kregen te verwerken. Het neerslagtotaal liep ondanks dit alles echter niet verder op dan een niet meetbare 0,0 mm. De temperaturen waren opnieuw aan de zachte kant met waarden tussen 4,7 en 13,2 graden.
Van de opklaringen die gisteren op het einde van de avond waren binnengeschoven, was vanochtend alweer niets meer te merken. We begonnen de dag dus onder zwaarbewolkte omstandigheden, maar wel bij redelijk zachte temperaturen die niet beneden de 9,2 graden daalden. Af en toe viel er wat fijne motregen, maar deze was nauwelijks voelbaar en was slechts peanuts in vergelijking met de occlusiekrul die de noordelijke helft van Nederland op dat moment onderdompelde in gezapige regen die er plaatselijk bijna vijf mm regen opleverde. Tijdens de voormiddag na het aanbreken van de daglichtperiode keken we aan tegen sombere Stratusbewolking die vermengd was met Stratus fractus, en waarover dus niet veel te vertellen valt. Na de middag kregen we hetzelfde weersbeeld te zien terwijl het kwik langzaam steeg naar de maxima van 11,3 graden. Erg zacht voor de tijd van het jaar dus maar door de venijnige west- zuidwestenwind met haar snelheden tot 41,8 km/h deed het niet echt aan lente denken. Het sombere weersbeeld bleef ook tijdens de namiddag een constante terwijl het intreden van de duisternis 's avonds dan weer het boeiendste verschijnsel aan de hemel was. De bewolking zorgde er wel voor dat de temperatuur 's avonds nog lange tijd boven de tien graden bleef hangen. De dag werd uiteindelijk afgesloten met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
Net als de voorbije dagen waren grijzigheid en somberheid vanochtend opnieuw troef. Deze keer kwam er echter motregen bij kijken die in niet onaardige hoeveelheden naar beneden kwam, en geleidelijk intenser werd. Na de middag werd het weer wat droger, maar tussendoor vielen er nog wat verdwaalde (mot)regendruppeltjes. De bewolking wilde daarentegen geen millimeter wijken waardoor het een erg sombere en kille winterdag werd. De temperaturen die met 4,9 tot 8,6 graden nog aan de zachte kant waren, konden daar maar weinig aan veranderen. Op de satellietbeelden konden we toekijken hoe een gebied met opklaringen ons vanuit het noorden probeerde te benaderen, maar uiteindelijk zijn het enkel de laaghangende wolken die ons konden bereiken. Deze bestonden vooral uit Stratus en Stratus fractus die met een west- noordwestelijke stroming tegen snelheden tot 29,0 km/h over het weerstation werden geblazen. De motregen bleek uiteindelijk goed te zijn voor een neerslagtotaal van 0,4 mm.
Grijs was ook vanochtend de hoofdkleur, maar de gevoelig zachtere lucht zorgde ervoor dat het ondanks de regen en motregen lenteachtig aanvoelde. Dit gevoel werd kort na de middag versterkt toen er opklaringen binnendreven, en het bij een opvallend krachtige zon opwarmde naar 11,8 graden. Een heel verschil met het noorden van de Benelux waar het nog sneeuwde bij temperaturen die rond het vriespunt schommelden. De bewolking bestond uit Stratus fractus, Stratocumulus, Altocumulus en Cumulus terwijl de opklaringen een opvallend diepblauwe kleur hadden. Vanuit het zuidwesten werd de Altocumulusbewolking echter dikker terwijl er ook Altostratus kwam bij kijken. Op de radar- en satellietbeelden tekende zich inderdaad een erg actieve depressiekern af welke al snel voor nieuwe regen zorgde. Deze werd aanvankelijk afgewisseld door droge perioden met een zwak waterzonnetje, maar zodra de kern van het lagedruksysteem aan onze voordeur stond, ging het continu regenen aan een erg hoge intensiteit. De passage van de regenzone ging ook nog eens gepaard met stevige windvelden die goed waren voor snelheden tot 48,3 km/h uit het zuid- zuidwesten waardoor het lentegevoel omsloeg in een herfstgevoel. Tijdens de avond werd het opnieuw wat rustiger, maar met de lagedrukkern ten noordoosten van ons draaide de wind naar het noordwesten en koelde het aardig af. We eindigden met een kleine acht graden op het einde van het etmaal, al werden de minima vanochtend reeds genoteerd met 1,3 graden. Af en toe viel er nog wat motregen, maar het immense waterballet dat zich boven onze hoofden heeft afgespeeld had het neerslagtotaal reeds op een indrukwekkende 10,4 mm gebracht.
Onder de heldere sterrenhemel is het afgelopen nacht fel afgekoeld waardoor we vanochtend erg lage minima van -4,2 graden optekenden. Bij de oostelijke stroming en in de wetenschap dat er nauwelijks 1000 kilometer verderop in de aanvoerrichting temperaturen tot dichtbij -30 graden voorkwamen was dat natuurlijk geen wonder. Gelukkig was de zon er al vroeg bij en konden we de hele dag door van bijna helder weer genieten, al moesten we vooral aan de kustgebieden rekening houden met een aantal wolkenvelden. De temperaturen liepen ondanks de felle zonneschijn slechts moeizaam op en warmer dan 5,3 graden werd het dan ook niet. Er stond een oostenwind die vooral uit de zon erg koud aanvoelde met haar snelheden tot 19,3 km/h. Tijdens de namiddag dreef er steeds meer Cirrusbewolking binnen vanuit het noordwesten, en zagen we af en toe Altocumulusbewolking voorbijdrijven die vooral tegen zonsondergang voor fraaie uizichten zorgde met haar ribbel- en golfpatronen. De bewolking remde de afkoeling aardig af, maar dit kon niet voorkomen dat de temperaturen tegen het einde van de avond weer dicht bij het vriespunt zaten. We hielden het de ganse dag droog waardoor we afsloten met een neerslagtotaal van 0,0 mm.
De laaghangende Stratocumulusvelden zijn afgelopen nacht grotendeels opgelost, waardoor we de dag met brede opklaringen konden aanvatten. Door de zachtere luchtaanvoer is het kwik ondanks die opklaringen niet beneden 2,4 graden gezakt en overdag leidde dat luchttransport ons naar lenteweer bij maxima van 9,8 graden. Maar er waren kapers op de kust, want die zachte, fluwelen sluierwolkjes waren wel degelijk de voorbode van een naderende regenzone die ons de komende dagen in somber en grijs weer zal onderdompelen. De Cirrus, Cirrostratus en marginaal aanwezige Altocumulusbewolking ging over in Altostratus translucidus die op het einde van de namiddag slechts een waterig zonnetje doorliet en getooid werd met valstrepen (virga). Dit zorgde later voor een met zachte kleuren ingekaderde zonsondergang en een avond die eerst droog en zwaarbewolkt verliep. Omstreeks 21H kwam het dan tot regen en een aantrekkende wind die met snelheden tot 45,1 km/h uit het zuidwesten kwam aanzetten. De neerslag was meestal licht tot matig maar door de bulderende windvlagen deed het toch aan onstuimig herfstweer denken. Door de fijne structuur van de neerslag kon er voor middernacht nog niets gemeten worden.
Net als gisteren bleef het bij lichte vorst met minima van -3,2 graden door menging van de luchtlagen. Er stond veel wind en vooral na zonsopgang wakkerde deze flink aan terwijl de wolken terug met een duizelingwekkend tempo voorbijdreven. Het begon met wat Stratus fractus en Stratocumulusvelden en later gingen de wolkenflarden over in stapelwolkjes. Ze werden geleidelijk talrijker en groter terwijl de lucht melkachtig kleurde en er een paar Altocumulusbankjes overdreven. Tekenen aan de wand dat er een weersverandering in aantocht was en tijdens de namiddag werd het inderdaad zo goed als betrokken met Stratus en Stratocumulusbewolking. De verwarmende zonnestralen waren we dus kwijt en tot overmaat van ramp mochten we de kou en de snijdende noord- noordoostenwind houden die er met snelheden tot 30,6 km/h tegenaan beukte. Het werd niet warmer dan 0,3 graden al bleef het wel droog. Op het einde van de namiddag bleef er een grauwe en contrastloze winterlucht over die ons ook een stuk van de avond vergezelde. Daarna dreven er opklaringen binnen maar door de aanhoudende wind koelde het slechts zeer langzaam af. De temperaturen waren echter bedrieglijk want door de wind was het koude effect stukken groter en werd er volop ijs gevormd terwijl de grond tot op vele centimeters diepte stijfbevroren was. Aan het veerslagtotaal viel er vooralsnog weinig vast te vriezen want dat bedroeg nog steeds 0,0 mm.
Ook vandaag kregen we te maken met gestoorde zeelucht en bijhorende buien terwijl we een tamelijk frisse (naar normen van afgelopen winters nog zeer zachte) nacht achter de rug hadden bij minima van 5,0 graden. Het was allemaal echter een stuk minder overtuigend dan gisteren, want vanuit het westen kwam er in de hogere luchtlagen warmere lucht binnenstromen waardoor de temperatuurscontrasten in de hoogte afnamen en de onstabiliteit er grotendeels uitging. We kregen nu afwisselend stapelwolkjes, Stratocumulus velden en wat Stratus fractus te zien en halverwege de namiddag begonnen hier plaatselijk wat lichte buitjes uit te vallen. Malderen rapporteerde een neerslagtotaal van 0,2 mm al is het niet helemaal duidelijk of dit van ochtenddauw of een schampschot van deze buitjes afkomstig was. Hoe dan ook werd het een aangename en zonnige voorjaarsdag waarbij het opwarmde tot 11,7 graden en de westelijke tot zuidwestelijke wind niet al te krachtig was. Er volgde een fraaie zonsondergang terwijl de afkoeling door de resterende bewolking een beetje werd afgeremd tijdens een rustige en droge avond die erop volgde
Geen Flashback op Weerwoord wegens ziekte, panne of buitenlandse reis? Lees de Flashback nu ook op mijn website! Elke dag automatisch bijgewerkt vanaf 0H01 Belgische tijd, voor alle datums vanaf 1 mei 2004.