De Ooievaar
De lente keert weer tot ons;
Zij praalt als Koningin;
Het zoele westewindjen -
Omstuwt haar‘ hofgezin.
Zij heeft in beide handen
Veel geurig riekend kruid,
En strooit gekleurde bloesems
Op veld en wegen uit.
Veel lustige gespelen
Brengt ze ons ieder jaar:
Den koekoek, leeuwrik, ’t sijsje,
Den vink en ooievaar.*
Onze voorouders zagen de ooievaar als een lentebode. Als hij/zij weer in het land was, dan kon het niet lang meer duren voordat het kwik op een aangenaam niveau lag en de natuur uit de winterslaap ontwaakt. Kinderen zongen liedjes om de komst te vieren.
In maart 1886 verschijnen de eerste ooievaars al vroeg. Dit tot verbazing van velen. De bekende ornitholoog Herman Alberda gaat op onderzoek en gebruikt daarbij de kennis van de ontwikkelende meteorologie. Wat ontdekt hij?
Meer is spoedig te lezen in de nieuwste Weerspiegel.
Toevalligerwijs zag ik van de week op net een omgeploegde een groep van vijf ooievaars. Wat zijn het toch prachtige vogels.
*= 'gedicht' uit een kinderboek van rond 1870
Quote selectie